Behandeling van reumatoïde artritis

Update: 2015

Op deze pagina

 

Behandeling met medicijnen

De behandeling van patiënten met reumatoïde artritis is de laatste vijftien jaar drastisch veranderd. Twintig tot dertig jaar geleden werd behandeling gestart met niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) en na verloop van 3-6 maanden werd een zogeheten tweedelijns anti-reumaticum (disease modifying antirheumatic drug - DMARD) toegevoegd. “Disease modifying” betekent “ziektewijzigend”. De laatste jaren is geleerd dat hiermee veel tijd verloren gaat en dat er daardoor al veel schade aan de gewrichten kan ontstaan zijn. Nu begint men reeds in een zeer vroeg stadium (na enkele weken) te behandelen met DMARD’s

De medicatie heeft tot doel het onderdrukken van de bestaande ontstekingen en proberen voorkomen van nieuwe ontstekingen.
We kunnen de behandeling indelen in vier grote groepen

  1. ontstekingremmers niet verwant aan cortisone (NSAID’s)
  2. traag werkende antireumatische medicatie (DMARD’s)
  3. cortisone
  4. nieuwe DMARD’s - de zogenaamde ‘biologicals’
  5. recent ontwikkelde ‘nieuwe biologicals’

 

 

  1. NSAID’s - eerstelijnsmedicatie bij reumatoïde artritis

    Werken snel, kort en oppervlakkig en onderdrukken ontsteking, pijn en koorts. Dit wil zeggen dat men meestal een half uur na inname effect voelt. De bedoeling van deze medicatie is vooral pijnstillend. Na acht tot vierentwintig uur is deze medicatie uitgewerkt. Het effect op de reumatoïde artritis is oppervlakkig. Men neemt aan dat het eigenlijke verloop van de RA met deze medicatie niet wordt gewijzigd. Desondanks speelt pijnbehandeling een belangrijke rol, aangezien het de kwaliteit van leven van mensen met een reumatische aandoening verbetert. Het is geen bezwaar als iemand met reumatoïde artritis liever wat minder pijnstillers wil slikken. De behandelende arts geeft aan hoeveel pijnstillers per dag maximaal zijn toegestaan, want teveel slikken kan gevaarlijk zijn. Vaak is het ook raadzaam om dagelijks een minimumdosis aan pijnstillers te slikken als ‘onderhoudsdosis’ om al te grote schommelingen in de pijn te voorkomen. Er bestaat een ganse reeks NSAID’s (een 50-tal). Het oudste product uit deze reeks is aspirine. NSAID’s zijn medicijnen die allemaal zijn afgeleid van dit bekende aspirientje. Enkele voorbeelden zijn: Indocid®, Brufen®, Voltaren®, Feldene®, Zyloric®, Froben®,… De ene persoon reageert beter op de ene NSAID dan de andere. De arts kan dus verschillende NSAID's uitproberen bij een patiënt om te kijken welke het beste aanslaat. Deze medicatie kan belangrijke nevenwerkingen geven ter hoogte van maag en darmen en bloedingen veroorzaken. Om maagklachten te voorkomen neemt men, naast NSAID’s, best ook een maagbeschermend middel. [Lees hierover op pagina Nieuwe NSAID beschikbaar] Maagklachten of een maagzweer ontstaan doordat NSAID’s het maagslijmvlies verzwakken. NSAID’s hebben namelijk effect op het enzym cyclo-oxygenase, dat op zijn beurt weer betrokken is bij de productie van prostaglandines. Prostaglandines zijn betrokken bij pijn en ontstekingen. Doordat NSAID’s Cyclo-OXygenase afremmen, remmen zij ook de productie van prostaglandines af. De hoeveelheid prostaglandines neemt dus af, en daarmee vermindert ook de pijn en - in mindere mate - de gewrichtsontsteking. Maar prostaglandines zijn niet alleen betrokken bij pijn en ontsteking; zij hebben ook een beschermend effect op het maagslijmvlies. Remming van cyclo-oxygenase met NSAID’s heeft dus ook een verminderde beschermende werking van prostaglandines op het maagslijmvlies tot gevolg.

    COX1 en COX2: Van het enzym cyclo-oxygenase bestaan (minstens) twee verschillende vormen: COX1 en COX2. Traditionele NSAID’s remmen zowel COX1- als COX2-enzymen af. Het afremmen van COX2-enzymen zorgt voor afname van de pijnklachten. Door het afremmen van COX1-enzymen vermindert echter de kwaliteit van het maag- en darmslijmvlies en kunnen maag- en darmproblemen ontstaan.
    Daarom is men op zoek gegaan naar nieuwere vormen van ontstekingremmers die minder schadelijk zouden zijn voor maag en darmen.
    Sinds april 2000 is er een nieuwe generatie NSAID‘s op de geneesmiddelenmarkt gekomen: COX2-remmers. Geneesmiddelen die onder de COX2-remmers vallen, remmen alleen COX2-enzymen af en vrijwel geen COX1-enzymen. Door deze selectieve werking veroorzaken COX2-remmers veel minder vaak maagzweren dan de ‘oude’ NSAID’s. Voorbeelden van COX2-remmers zijn: Arcoxia®, Celebrex®. In de toekomst zal er meer keuze zijn uit meerdere COX2-remmers zodat, net als bij de traditionele NSAID’s, per patiënt kan bekeken worden op welk middel hij het best reageert. Ondanks de voordelen zijn COX2-remmers niet helemaal vrij van bijwerkingen (maagklachten, misselijkheid, overgevoeligheid, cardiovasculaire ongewenste effecten). Om redenen van ernstige bijwerkingen werd bv. Vioxx® uit de handel genomen. COX2-remmers zijn vrij nieuwe medicijnen en daarom zijn de eventuele bijwerkingen op langere termijn nog niet zo goed gekend.
    Het is belangrijk mogelijke nevenwerkingen tijdig te ontdekken zodat de medicatie onmiddellijk kan gestopt of aangepast worden. Lees ter info Populaire pijnstillers zijn academisch bedrog.

     Top

  2. DMARD's - tweedelijnsmedicatie of basismedicatie

    DMARD’s voor reumatoïde artritis: zijn geen pijnstillers. Ze werken traag, lang en diep. Dit betekent dat het een aantal weken tot maanden duurt vooraleer effect gevoeld wordt. Deze medicatie beïnvloedt het ziekteproces wèl en er wordt dus aangenomen dat zij het verloop van de RA wijzigt.

    In deze groep weerhouden we:
    1. antimalaria medicatie (Plaquenil®): Hydroxychloroquine lijkt minder doeltreffend maar wordt soms nog gebruikt in associatie met methotrexaat en sulfasalazine. Zijn belangrijkste ongewenste effecten zijn letsels ter hoogte van de retina
    2. Goudzouten (Allochrysine®) (niet meer op Belgische markt)
    3. D-Penicillamine (Kelatin®): D-penicillamine wordt niet meer aanbevolen - niet meer beschikbaar als specialiteit in België
    4. Azathioprine (Imuran®)
    5. Cyclofosfamide (Endoxan®)
    6. Sulfasalazine (Salazopyrine®): Sulfasalazine lijkt even doeltreffend als methotrexaat
    7. Methotrexaat (Ledertrexate®): Methotrexaat wordt in het algemeen aanzien als eerste keuze omwille van de aanvaardbare risico-batenverhouding en de lage kostprijs. De startdosis is gewoonlijk 7,5 à 10 mg in één gift per week; soms wordt de dosis progressief opgedreven tot 15 à 20 mg per week. Toediening van foliumzuur (10 mg de dag na de inname van methotrexaat) laat toe bepaalde ongewenste effecten te verminderen.
    8. Cyclosporine (Neoral-Sandimum®)
    9. Leflunomide (Arava®): Leflunomide is een recent ontwikkeld immunosuppressivum, en lijkt even doeltreffend als methotrexaat. Leflunomide kan worden voorgesteld wanneer methotrexaat onvoldoende doeltreffend is of niet goed verdragen wordt.
    De nevenwerkingen bij deze groep van medicatie kunnen talrijk en soms gevaarlijk zijn. Regelmatige bloedcontrole en urinecontrole zijn noodzakelijk. De meest voorkomende nevenwerkingen kunnen zich voordoen ter hoogte van de lever, nieren, mond, huid en het bloed. Ook het immuunsysteem wordt onderdrukt met een aantal van deze medicijnen waardoor de kans op infecties groter wordt. Een regelmatige opvolging bij de reumatoloog is dan ook absoluut noodzakelijk.
    Een aantal van deze medicijnen wordt nog zelden of helemaal niet meer gebruikt omdat ondertussen nieuwere en betere medicijnen voorhanden zijn. De laatste vijftien jaar wordt meestal nog enkel Salazopyrine®, Ledertrexate® en Arava® voorgeschreven.  Lees ook www.bcfi.be - Basisbehandeling van reumatoïde artritis

     Top

  3. Corticosteroïden of cortisone

    (Lees OVER CORTISONE)
    Cortisone is een levensbelangrijk hormoon dat in onze bijnieren wordt aangemaakt.
    Bijnieren - Nieren
    (Lees meer over BIJNIERSCHORSHORMONEN, Ontstekingen, Werking Corticosteroïden, Bijwerkingen, Synthetische corticosteroïden). Corticosteroïden spelen een belangrijke rol bij de regeling van het bloedsuikergehalte en het remmen van ontstekingsreacties in het lichaam. Het is de sterkste ontstekingremmer ter wereld. In de jaren 50 werd cortisone dan ook op grote schaal gebruikt bij reumatoïde artritis.

    Na een aantal jaren zag men de nevenwerkingen van het toedienen van veel te hoge dosissen gedurende veel te lange tijd:
    1. massieve ontkalking van het gebeente,
    2. spontane beenbreuken,
    3. afname van spiervolume,
    4. toenemende vetstapeling,
    5. stapeling van water (vollemaansgezicht),
    6. verhoogde neiging tot aderverkalking,
    7. onderdrukking van de bijnieren.

    De reactie was dan ook om cortisone als een zeer gevaarlijk geneesmiddel te omschrijven.
    Ondertussen heeft men de middenweg terug gevonden. Cortisone is en blijft de sterkste ontstekingremmer. Bij zware verwikkelingen van reumatoïde artritis is cortisone levensreddend. We mogen bij RA cortisone echter niet beschouwen als hét basismedicament. Cortisone bij reumatoïde artritis is aanvaardbaar wanneer men bij hoogdringendheid een uitgesproken graad van ontsteking moet onderdrukken. Het duurt bv. een aantal weken tot maanden vooraleer effect gevoeld wordt van basismedicatie. Om deze periode te overbruggen wordt dikwijls een lage dosis cortisone gegeven die afgebouwd wordt van zodra de basismedicatie begint te werken. De botafbraak zal met cortisone beperkter blijven dan wanneer de patiënt wekenlang van de pijn ligt te vergaan.
    Bij correct gebruik (dosis, duur, toedieningswijze) kunnen de voordelen groter zijn dan de nadelen.
    Een corticosteroïden injectie: Injecties met cortisone kunnen nuttig zijn bij een hevige ontsteking. Het gewricht kan dan worden ontlast door een punctie te verrichten om het vocht af te voeren. Tegelijk kan de arts ook cortisone in het gewricht injecteren. Cortisone is immers heel efficiënt tegen ontstekingen. Bovendien is het een middel dat lokaal wordt toegediend, meestal weinig bijwerkingen heeft en ook heel snel (tussen 24 en 48 uur) effect heeft. Hierdoor kunt u het gewricht veelal ook beter bewegen. Hoe lang u baat heeft bij de injectie is zeer persoongebonden en vooraf niet te voorspellen.
    Voor meer informatie over cortisone, zie nieuwe studie januari 2009.

     Top


  4. Nieuwe DMARD’s – de zogenaamde ‘BIOLOGICALS' voor reumatoïde artritis

    De oorzaak van reumatoïde artritis blijft onbekend. Het inzicht in het ingewikkelde ontstekingsproces groeit echter met de dag. Het wetenschappelijk onderzoek gaat met rasse schreden vooruit.
    Zo zijn er een aantal stoffen (eiwitten) die bij ontstekingen een rol spelen. Deze eiwitten die ontsteking bevorderen of in gang zetten zijn voor een groot gedeelte reeds gekend. Ook is gekend op welke manier de verschillende cellen hun informatie doorgeven.
    De nieuwe generatie anti-reumageneesmiddelen, de zogenaamde ‘biologicals’ probeert deze eiwitten te onderscheppen en te blokkeren, zodanig dat ze geen ontsteking meer kunnen veroorzaken. Deze medicatie wordt nu reeds verschillende jaren toegepast in ons land maar enkel bij die patiënten die geen baat meer vinden bij de klassieke DMARD’s. De resultaten zijn zeer hoopgevend maar ondertussen is gebleken dat nogal wat patiënten (ernstige) nevenwerkingen vertonen, zodanig zelfs dat het geven van een ander basismedicijn moet overwogen worden of noodzakelijk is.
    De kostprijs van deze ‘biologicals’ is hoog tot zeer hoog.
    Ook bij het gebruik van deze medicatie moet regelmatige bloedcontrole gebeuren.

    Een aantal mogelijke nevenwerkingen zijn gekend
    1. verhoging van het risico op infecties omdat het immuunsysteem wordt onderdrukt,
    2. problemen ter hoogte van de lever of van de nieren,
    3. huidreacties,
    4. wijzigingen in de bloedformule,
    Deze medicijnen zijn:
    1. Etanercept (Enbrel®):
      richt zich tegen Tumor Necrosis Factor-α (TNF-α), een eiwit dat massaal wordt afgescheiden door bepaalde cellen die een rol spelen bij het ontstaan van ontsteking. Dit product wordt toegediend via onderhuidse inspuitingen.
    2. Infliximab (Remicade®):
      Infliximab is een monoklonaal antilichaam gericht tegen TNF-α, een deel van het antilichaam is afkomstig van muizen Dit product wordt toegediend via infusen.
    3. Adalimumab (Humira®):
      wordt met recombinant DNA technieken geproduceerd in hamsters en komt overeen met volledig menselijke antilichamen, gericht tegen onder meer TNF-α. Dit geneesmiddel moeten worden toegediend als injectie.

    TNF-α-remmers staat voor een groep geneesmiddelen die de werking van TNF-α (tumor necrosis factor) remmen of zelfs blokkeren. Deze geneesmiddelen werden bij de introductie eind jaren '90 vooral gebruikt bij de behandeling van enkele reumatische aandoeningen, tegenwoordig is het indicatiegebied uitgebreid naar onder meer de ziekte van Crohn, psoriasis en colitis ulcerosa. TNF-alfa is een cytokine die het optreden van een ontstekingsreactie bevordert. Door blokkeren van het effect van TNF-α wordt de afweer verlaagd. Een van de bijwerkingen is dan ook het versneld optreden van allerlei infecties die ook nog eens ernstiger kunnen verlopen. Patiënten die TNF-α remmers gebruiken hebben, naast een grotere mogelijkheid op infecties, meer kans op het ontwikkelen van kwaadaardige tumoren.

    TNF-α stimuleert de ontstekingsreactie in het lichaam. Hierdoor kan het tumorcellen doden. Het speelt echter ook een sleutelrol als boodschapper bij reumatoïde artritis en de ziekte van Crohn. Het doet de ontsteking toenemen. Dit heeft weefselafsterving (= necrose) tot gevolg. Het is ook verantwoordelijk voor ziektemanifestaties buiten de gewrichten, zoals vermoeidheid, vermagering, bloedarmoede enz.

    Er zijn een aantal anti-TNF-α geneesmiddelen op de markt (zie boven). Deze stoffen neutraliseren TNF-α, zodat het ontstekingsproces wordt afgeremd. De anti-TNF-α geneesmiddelen zijn de eerste die op de T-cellen inwerken.

    De laatste jaren gaat men meer en meer over naar combinatietherapie. De patiënt krijgt meer dan één basismedicijn tegelijkertijd. Meestal gebeurt dit in combinatie met methotrexaat. Dit moet zeer nauwkeurig opgevolgd worden maar de resultaten zijn bemoedigend.
    Bij de behandeling van reumatoïde artritis is het belangrijk om patiënten vroegtijdig en intensief te behandelen.
    Het is voldoende duidelijk om te starten met een combinatie van conventionele DMARD’s.
    De plaats van anti-TNF-medicatie bij vroege reumatoïde artritis is momenteel – mede gezien de hoge kostprijs, de huidige terugbetalingmodaliteiten en onbekende neveneffecten op lange termijn – gereserveerd voor therapieresistente patiënten.
    De hoeksteen van de behandeling blijft methothrexaat.

     Top

  5. Nieuwe biologicals

    Ondertussen werden er nieuwe biologicals geregistreerd bij de behandeling van reumatoïde artritis. Het gaat om
    1. rituximab (merknaam MabThera®): hecht zich aan bepaalde witte bloedcellen, de zogenaamde B-lymfocyten. Na binding aan deze B-lymfocyten worden deze door het eigen afweersysteem vernietigd. Bij reumatoïde artritis spelen de B-lymfocyten (of B-cellen) een belangrijke rol in het in stand houden van het auto-immuunproces, hetgeen leidt tot chronische ontstekingen en gewrichtsschade. Door selectief de B-cellen die CD20 tot expressie brengen aan te pakken, onderbreekt rituximab dit auto-immuunproces. (CD20 zijn speciale antistoffen die zich vasthechten aan de buitenkant van de cel en ervoor zorgen dat de B-cellen alsmaar actief blijven 'afweren' en hierdoor onrust en schade in gewrichten veroorzaken).
      Andere B-cellen blijven ongemoeid, zodat het infectierisico niet toeneemt. Rituximab wordt in combinatie met methotrexaat toegepast bij de behandeling van mensen met ernstige reumatoïde artritis die niet goed reageren op andere therapieën (waaronder minimaal één TNF remmer). Rituximab wordt toegediend per infuus, in het ziekenhuis [1000 mg intraveneus (i.v.), gevolgd door een tweede infusie van 1000 mg i.v. na twee weken]. Voordat de infusie toegediend wordt, krijgt u geneesmiddelen om mogelijk ongewenste reacties op rituximab te voorkomen. Afhankelijk van de symptomen van uw ziekte, vindt herbehandeling meestal binnen 6 tot 12 maanden plaats. Er zijn ondertussen verschillende onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat rituximab de ziekte langdurig (8-40 weken) afremt. Het is nog niet bekend hoe vaak je de behandeling kunt blijven herhalen, maar dat zou in ieder geval drie jaar lang veilig kunnen. Daarna heeft het lichaam misschien te veel antistoffen tegen het medicament aangemaakt om nog effectief te zijn. Rituximab werd eerst geregistreerd voor de behandeling van lymfeklierkanker en nu ook voor reumatoïde artritis.
    2. abatacept (merknaam Orencia®): hecht zich specifiek aan bepaalde witte bloedcellen, de T-lymfocyten. Na binding wordt de normale werking van de T-lymfocyt geblokkeerd. Abatacept wordt in het ziekenhuis per infuus gegeven. Het infuus moet elke 4 weken herhaald worden. Orencia® in combinatie met methotrexaat is geïndiceerd voor de behandeling van matig-ernstige tot ernstige reumatoïde artritis bij volwassen patiënten met ontoereikende respons op of intolerantie voor andere DMARD's, inclusief tenminste één TNF-remmer. Het is een zeer goed alternatief voor TNF-remmer. Abatacept wordt afgeraden voor gebruik in combinatie met anti TNF medicijnen. Het medicijn is ondertussen bij ons verkrijgbaar. Lees Abatacept (Orencia®) eindelijk beschikbaar in België . Abatacept is goedgekeurd door de FDA en de EMEA (21 mei 2007), goedkeuring geldig in de hele Europese Unie.
      Zoals alle DMARD's vertonen ook deze beide medicijnen behoorlijk wat nevenwerkingen.
    3. Tocilizumab (merknaam RoActemra®): bevat de werkzame stof tocilizumab, een monoklonaal antilichaam dat de werking van een specifiek eiwit (cytokine), genaamd interleukine-6 blokkeert. Dit eiwit is betrokken bij ontstekingsprocessen in het lichaam en het blokkeren daarvan kan de ontstekingen in het lichaam verminderen. RoActemra® wordt gebruikt bij de behandeling van volwassenen met matig tot ernstige actieve reumatoïde artritis wanneer een eerdere behandeling niet voldoende heeft gewerkt. RoActemra® helpt om de symptomen zoals pijn en zwelling in uw gewrichten te verminderen en vergemakkelijkt het uitvoeren van dagelijkse taken. RoActemra® wordt meestal in combinatie met methotrexaat gegeven. Desalniettemin kan het ook alleen worden gegeven als uw arts bepaalt dat methotrexaat niet geschikt is. RoActemra®, in combinatie met methotrexaat (MTX), is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis (RA) bij volwassenen met een ontoereikende respons op of een intolerantie voor een eerdere behandeling met één of meerdere disease modifying anti-rheumatic drugs (DMARD's) of tumor necrose factor (TNF) antagonisten. RoActemra® kan als monotherapie worden gegeven in geval van intolerantie voor MTX of wanneer voortzetten van de behandeling met MTX niet geschikt is. Lees ook Tocilizumab (Roactemra®), beschikbaar sedert oktober 2009 voor behandeling reumatoïde artritis en Terugbetalingsvoorwaarden voor RoACTEMRA gewijzigd .
    4. Golimumab (merknaam Simponi®): is een nieuw anti-TNF middel. De werkzame stof in Simponi®, golimumab, is een monoklonaal antilichaam. Dat is een antilichaam (een type eiwit) dat dankzij zijn speciale vorm een specifieke structuur (een antigeen) in het lichaam herkent en zich hieraan hecht. Golimumab hecht zich aan een chemische boodschapper in het lichaam – tumornecrose-factor-alfa (TNF-α) genoemd. TNF, is een zogenaamd 'boodschap-eiwit', welke een centrale rol speelt in de initiatie en/of het in stand houden van diverse auto-immuunziekten. Deze boodschapper is een van de veroorzakers van ontstekingen en wordt in verhoogde hoeveelheden aangetroffen bij patiënten met ziekten die met Simponi® worden behandeld. Door TNF-α te blokkeren vermindert golimumab de ontsteking en andere symptomen van de ziekten.
      In April 2009 is SIMPONI® toegelaten op de Amerikaanse markt en in oktober 2009 ook in de Europese Unie. In de Verenigde Staten wordt SIMPONI® door Centocor op de markt gebracht. In Europa heeft Schering-Plough de distributierechten en in Japan en het verre oosten liggen deze rechten bij Tanabe.
      Simponi® is de eerste maandelijkse subcutane anti-TNF behandeling die is goedgekeurd voor de behandeling bij volwassenen van ernstige actieve spondylitis ankylosans (SA) evenals voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis (RA) en actieve en progressieve psoriatische artritis (PsA).
      De behandeling met Simponi® moet worden gestart en plaatsvinden onder toezicht van een arts met ervaring met de behandeling van de aandoeningen waarvoor Simponi® is bedoeld. Simponi wordt één keer per maand in de vorm van een injectie (50 mg) onder de huid gegeven, en wel op dezelfde dag van iedere maand. Artsen kunnen overwegen de dosis te verhogen tot 100 mg bij patiënten die zwaarder zijn dan 100 kg, als bij deze patiënten de behandeling na drie of vier doses niet aanslaat.
      Patiënten kunnen, zodra ze de injectietechniek goed hebben geoefend, zelf Simponi® injecteren als hun arts hiervoor toestemming geeft.
      De meest voorkomende bijwerkingen van Simponi® (waargenomen bij meer dan 1 op 10 patiënten) zijn infecties van de bovenste luchtwegen als nasofaryngitis (infectie van neus en keel), faryngitis (keelontsteking), laryngitis (ontsteking van het strottenhoofd) en rhinitis (loopneus).
      Simponi® mag niet worden gebruikt bij mensen die mogelijk overgevoelig (allergisch) zijn voor golimumab of voor enig ander bestanddeel van het middel. Het middel mag niet worden gebruikt bij patiënten met tuberculose, andere ernstige infecties, of matig ernstig tot ernstig hartfalen (onvermogen van het hart om voldoende bloed door het lichaam te pompen). Wegens het verhoogde risico op infectie, moeten patiënten die Simponi gebruiken tot vijf maanden na de behandeling nauwlettend worden gevolgd op ontwikkeling van infecties, waaronder tuberculose.
      Lees ook Golimumab (Simponi®) een nieuw anti-TNF middel.
    5. Certolizumab (merknaam CIMZIA®): wordt gebruikt voor de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis bij volwassen patiënten wanneer het met andere geneesmiddelen niet lukt om de symptomen onder controle te houden. Cimzia® wordt gewoonlijk samen met een ander geneesmiddel met de naam methotrexaat gebruikt. Als uw arts bepaalt dat methotrexaat ongeschikt is dan kan Cimzia® als enige middel worden gebruikt.
      Cimzia® bevat het werkzame bestanddeel certolizumab pegol, een nagemaakt menselijk antilichaamfragment. Antilichamen zijn eiwitten die specifiek andere eiwitten herkennen en er zich aan binden. Cimzia® bindt zich aan een specifiek eiwit met de naam ‘tumornecrosefactor-alfa’ (TNF-a). Daardoor wordt dit TNF-a door Cimzia® geblokkeerd, met als gevolg afname van ontsteking bij reumatoïde artritis. Geneesmiddelen die zich aan TNF-a binden, worden ook TNF-blokkers genoemd.
      Cimzia® is niet voor iedereen geschikt en kan ook bijwerkingen veroorzaken. Raadpleeg daarom altijd de bijsluiter die u bij uw geneesmiddel heeft gekregen. Lees Recente informatie mei/juni 2010 van het BCFI over Golimumab (Simponi®) en Certolizumab (Cimzia®)

De langetermijneffecten van deze biologicals zijn nog onbekend. Ze genezen reumatoïde artritis niet, zijn niet effectief bij alle patiënten en leiden bij het grootste deel van de patiënten dat wel op ze reageert niet tot remissie van de ziekte.

Over BIOLOGICALS - Informatie voor patiënten.

Meer nieuws over 'behandeling': lees Reumatoïde Artritis met nieuwe aanpak soms te genezen.

Chirurgische behandeling

De orthopedische chirurgie neemt bij de behandeling van reumatoïde artritis een zeer belangrijke plaats in.
Omwille van het feit dat de reumatoïde artritis-patiënt geconfronteerd wordt met talrijke misvormingen aan de gewrichten waardoor er ernstig functieverlies kan optreden, kan het plaatsen van prothesen de patiënt van volledige invaliditeit behoeden.

elleboog

 

enkel

 

schouder

 

knie

 

knie

 

knie

 

Heupprothese

Voorbereiding heupprothese:
Als voorbereiding op het inpassen van het kunstgewricht wordt het bekken zo uitgehold dat de nieuwe heupkom erin past. De dijbeenkop wordt verwijderd en in het binnenste van het bot wordt ruimte gemaakt voor het femorale element.

Figuur 1: 1 = bekken; 2 = gedeelte vanbekken uitgehold; 3 = dijbeenkop verwijderd; 4 = dijbeen; 5 = huidincisie

 

 

Figuur 2 : 1 = heupkom; 2 = femoraal element

   heup

 

Er bestaat tegenwoordig voor praktisch elk gewricht een prothese maar het plaatsen hiervan moet toch grondig overwogen worden. Dit bespreken met reumatoloog en orthopedisch chirurg is absoluut noodzakelijk. Het mag niet zo voorgesteld worden dat prothesen een eenvoudige en voor de hand liggende oplossing zijn voor alle gewrichten die door reumatoïde artritis zijn aangetast. Prothesen van de kleinere gewrichten kunnen nog heel wat problemen geven. Prothesen van knieën en heupen zijn tegenwoordig een dagelijks gegeven, vooral dan bij artrose patiënten. Daardoor is de algemene opinie dat het plaatsen van deze prothesen een routine kwestie is zonder mogelijke complicaties. Laat het duidelijk wezen dat infecties van een prothese een zeer ingrijpende complicatie is die altijd mogelijk blijft.

RA-patiënt met 2 heupprothesen waarvan de linker in 1996 werd gereviseerd.

heup

 

Zelfde RA-patiënt na infectie van linkerprothese in 2006 (= geen heup meer; ‘girdlestone’ heup)
heup

 

Ook mag niet vergeten worden dat een reumatoïde artritis-patiënt

  • in de eerste plaats problemen heeft met meerdere gewrichten. Met krukken stappen nà een operatie is niet evident en kan bijkomende schade veroorzaken aan aangetaste polsen en schouders
  • in de tweede plaats is de botstructuur bij reumatoïde artritis-patiënten heel wat slechter dan bij artrose patiënten
  • in de derde plaats moeten deze operaties bij reumatoïde artritis-patiënten dikwijls op jonge leeftijd uitgevoerd worden. Bijgevolg zullen er op termijn revisies moeten gebeuren van deze prothesen, wat toch altijd met meer risico’s gepaard gaat.

Naast het plaatsen van prothesen bestaan er ook een aantal corrigerende en verstevigende operaties:

 Top

Mogelijke corrigerende handoperaties bij reumatoïde artritis

  • Strek- en buigpezen worden geïrriteerd door ontsteking waardoor de pees klem (triggerfinger of hokkende vinger) kan raken en zelfs kan scheuren (peesruptuur - zie figuur 1)
  • vervanging van vingergewrichten (kneukelgewrichten = MCP gewrichten) door prothesen (zie figuur 2 - vergelijk links met rechts)
  • fusie van een duimgewricht (zie figuur 2 - vergelijk links met rechts)
  • verwijdering van een beentje in de pols (zie figuur 2 - vergelijk links met rechts)
  • geklemde zenuwen (zie carpale tunnel syndrome);
  • corrigerende operaties aan de voet ( zoals correctie van de hallux valgus ), tenen, handen (zie figuur 2 = correcties handen);
  • artrodese van de pols (zie figuur 3), enkel, tenen;
  • ingrepen ter hoogte van de halswervels (lees De wervelkolom)
  • ingrepen ter hoogte van de voeten (op deze Engelstalige website - Rheumatoid Arthritis of the Foot and Ankle vind je orthopedische problemen - met verschillende tekeningen en RX-foto's - van de voet bij reumatoïde artritis)

 

Figuur 1

 

 

vinger

 

Peesruptuur aan de pols
hand

 

Er zijn verschillende types van operaties ontwikkeld om deze soorten problemen te corrigeren.
Op de tekening hieronder rechts ziet U mogelijke operaties voor de problemen op de tekening links.

Figuur 2
 

Uitzicht van een MCP gewricht

MCP

 

Figuur 3
pols
 

 

Kinesitherapie en Ergotherapie

De rol van de kinesitherapeut

De behandeling door een kinesitherapeut moet zich richten op het verbeteren en behouden van de functie. Versterking van de spieren is zeer belangrijk. Daarom is oefenen het belangrijkste deel van de kinesitherapie bij reumatoïde artritis. Oefeningen kunnen ook worden aangeleerd zodat ze thuis kunnen worden uitgevoerd. De aanschaf van een hometrainer kan hierbij belangrijk zijn. (Zie rubriek: Vragen aan de RA-kinesist)

De rol van de ergotherapeut

De beperkingen van mensen met reumatische aandoeningen beïnvloeden hun handelen. Een ergotherapeut kan samen met de patiënt bekijken welke gevolgen deze beperkingen hebben voor alle bezigheden van het dagelijks leven: zelfverzorging, zitten en liggen, huishouden, communicatie, kindverzorging, studie, reizen, werk, hobby's, muziek maken, bewegen, sociale kontakten, enz.
Wat is voor deze persoon, in zijn of haar specifieke omgeving, belangrijk? Welke wensen en mogelijkheden heeft de reumatoïde artritis-patiënt? Welke oplossingen zijn mogelijk en haalbaar?

Voortgaande op deze resultaten wordt dan een programma opgesteld waar nogmaals oefenen het belangrijkste deel van uitmaakt.

Soms zit die oplossing in het gebruik van een hulpmiddel.
De ergotherapeut is bekend met veel hulpmiddelen en aanpassingsmogelijkheden. Hij/zij kan de reumatoïde artritis-patiënt ook het gebruik van hulpmiddelen aanleren en aanbevelen en laat mensen in hun eigen situatie oefenen om met een hulpmiddel om te gaan. Ook helpen ze bij de aanvraag bij vergoedende instanties. (Zie rubriek: Hulpmiddelen in de kijker)
Ergotherapeuten werken veel samen met andere disciplines, zoals kinesitherapeuten, reumaconsulenten, verplegenden en verzorgenden.

Informatiebrochures

Klik hier om informatiefolders te bekijken. Deze over reumatoïde artritis, opgesteld door Het reumateam, is momenteel nog ter beschikking maar dateert van 2009! Vermoedelijk wordt hij binnenkort bijgewerkt.

Informatiebrochure UZ-Leuven over Biologicals

 

Geschreven door webmaster: Mia