Verklarende woordenlijst

verklarende woordenlijst - lexiconBeste webbezoeker

Raadpleeg onze verklarende woordenlijst. Regelmatige updates aan de hand van onze gepubliceerde webartikels op www.raliga.be.

A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z

LETTERCOCTAIL - Verklarende woordenlijst

Het gezochte woord en betekenis uit de LETTERCOCKTAIL, een letterraadsel via onze Facebook-pagina, vult onze verklarende woordenlijst  verder aan.

Doe mee en raak nog beter vertrouwd met medische terminologie en begrippen.

►Heb je de LETTERCOCKTAIL nog niet uitgeprobeerd, of wil je gewoon het letterraadsel nog eens opnieuw spelen?
Hier vind je al onze LETTERCOCKTAILS!

A Top

achillespees: pees die de achterzijde van de hiel met de kuitspieren van het onderbeen verbindt.
Meer info op raliga.be over: "ACHILLESPEES"

 

ACR-criteria: In klinische studies voor reumatoïde artritis is de standaardcriteria om de doeltreffendheid van diverse artritismedicijnen of artritisbehandelingen te vergelijken. Eén proef vergelijken met een andere proef wordt dikwijls gebruikt. De criteria, die als ACR-Criteria of Criteria van de 'American College of Rheumatology' bekend staan, worden in bijna alle gepubliceerde studies gebruikt om de doeltreffendheid te beoordelen. De ACR-criteria worden aangeduid als ACR 20, ACR 50, en ACR 70. De ACR-criteria meten verbetering van het aantal gevoelige of gezwollen gewrichten en verbetering bij drie van de volgende vijf parameters: acute fase eiwitten (zoals sedimentatie), beoordeling van de patiënt, beoordeling van de arts, pijnschaal, vragenlijst over (on)bekwaamheid/functie.

 

AIMS-2 (Arthritis Impact Measurement Scales2): Meenan et al., 1992) is een vragenlijst voor het meten van fysieke, psychische en sociale dimensies van de gezondheidstoestand van mensen met een reumatische aandoening.

 

 

analgetica: pijnstillers, bijv. pijnstillers gebaseerd op het product paracetamol, het actieve bestanddeel van Perdolan, Dafalgan…
Meer info op raliga.be over: “ANALGETICA” 

 

anamnese:  voorgeschiedenis en relevante omstandigheden met betrekking tot een ziekte of aandoening.
Meer info op raliga.be over: “ANAMNESE”     

 

anatomie: de structuur van het lichaam of de manier waarop dit geconstrueerd is.
Meer info op raliga.be over: “ANATOMIE”    

 

ankylose: geen bewegingsmogelijkheid in een gewricht doordat de botdelen door ziekte aan elkaar vergroeid zijn.

 

anterior: richting aangevende term die betekent: dichterbij of aan de voorzijde van het lichaam.

 

Anti-CCP: afkorting van anti-Cyclisch geCitrullineerde Proteïnen. Deze antistoffen komen vaak voor bij reumatoïde artritis en zijn vrij ‘specifiek’ voor RA, d.w.z. als ze positief zijn bij artritis is de kans klein dat het geen RA is. De antistoffen komen soms enkele jaren vóór het eerste symptoom al voor bij patiënten die dan later de ziekte krijgen. Ze zijn specifieker dan bijv. de klassieke reumafactor.

 

antigeen: al wat de vorming van antistoffen kan uitlokken noemen wij antigenen.

 

antistoffen (antilichamen): uit bloedplasma kunnen immunoglobulinen worden gehaald. Deze eiwitten, antistoffen genoemd, spelen een belangrijke rol bij de afweer tegen infectieziekten.

 

antagonist: molecule die lijkt op bepaalde biologisch actieve moleculen en de activiteit daarvan tegenwerkt.

 


antalgische gang: verandering in de loopwijze om pijn te voorkomen.

 

auto-antistoffen: antistoffen die zich binden aan eigen bestanddelen in plaats van aan lichaamsvreemde bestanddelen.

 

articulatie: verbindingspunt tussen twee botten, een gewricht. Beweging in het gewricht.

 

artrodese: operatieve ingreep waarbij de botstukken, na het verwijderen van het pijnlijke gewricht, aan elkaar bevestigd worden opdat een benige overbrugging ontstaat.


 

atrofie: afname van spierweefsel door leeftijd, verkeerd gebruik of ondervoeding.
Meer info op raliga.be over "ATROFIE"


 

artrose: is een aandoening aan het kraakbeen in de gewrichten. Het kraakbeen verslechtert en soms verdwijnt het helemaal.
Meer info op raliga.be over: "ARTROSE"
 

 

auto-immuniteit: immuniteit die zich tegen onszelf richt.

 

auto-immuunziekte: een ziekte waarbij het immuunsysteem de eigen lichaamsweefsels aanvalt of zelfs vernietigt, doordat het die volledig of gedeeltelijk als lichaamsvreemd beschouwt.
RA is een auto-immuunziekte. Chronische inflammatoire reumatische aandoeningen hebben met elkaar gemeen dat er iets fout loopt in het afweersysteem, waarbij afweerstoffen of antilichamen zich niet alleen gaan vormen tegen indringers, zoals bacteriën of virussen, maar ook tegen lichaamseigen bestanddelen. Het gaat dan vooral om de synovia, die de binnenbekleding vormen van de gewrichten en door ontstekingsfenomenen abnormaal veel gewrichtsvocht gaan produceren, met als gevolg zwellingen, bewegingsbeperkingen en aantasting van kraakbeen en bot.
Meer info op raliga.be over "AUTO-IMMUUNZIEKTE"

 

awareness: waakzaamheid, bewustwording, bewustzijn
Meer info op raliga.be over: "BEWUSTWORDING" - "BEWUSTZIJN"

 

B Top

B-cel: zijn lymfocyten die een belangrijke rol spelen in het immuunsysteem.

 

bindweefselaandoening: aantasting van het bindweefsel = weefselsoort in het lichaam, dienend tot verbinding en steun van andere weefsels of van organen.

 

Biofeedback: een methode waarbij lichaamssignalen met sensoren gemeten en teruggekoppeld worden. Je spierspanning, je manier van ademen, je hartslag, de temperatuur van je hand en de mate van transpiratie van je vingertop geven aan of je gespannen of ontspannen bent.
Tijdens de meting word je aangekoppeld met gevoelige meetapparatuur, die op de computer aangesloten is. Zo zie je op het beeldscherm direct wat er in jouw lichaam gebeurt. Het effect van ontspanning, stress, angst, concentratie, de manier van ademen, de zithouding, enz. is precies te volgen op de monitor.
Door biofeedbacktraining krijg je weer controle over je lichaam. Je ziet, bijvoorbeeld, wat er met de hartslag gebeurt als je langzamer gaat ademen. Biofeedback is een actieve manier om een betere gezondheid te verkrijgen
.

 

biological: BIOLOGICALS, BIOLOGISCHE THERAPIEËN
Nieuwe klasse medicijnen.
Heeft niets te maken met biologisch / biologische therapieën zijn geen natuurgeneesmiddel.
Het betreft eiwitten die men zelf heeft en die worden nagemaakt (kunstmatig) en ingespoten bij de patiënt.
De productie van deze stoffen gebeurt vanuit bepaalde cellen en waarbij in het geval van Humira de eiwitten volledig ‘menselijk’ zijn en waarbij in de oudere producten zoals Remicade eiwitten van oorsprong van een muis zijn.
Er is geen groot verschil in werking tussen de twee.
Waarom zijn deze producten zo duur?
De eiwitten worden in celculturen in een groeiomgeving gekweekt.
Chemie is goedkoper omdat de grondstoffen goedkoper zijn.
Productie van Remicade:
Remicade wordt gemaakt in Leiden in grote gistkuipen; er werken 300 mensen aan 1kg Remicade per dag.

BIOLOGICALS VERSUS BIOSIMILARS
Op een bepaald moment is het patent van een biological verstreken.
Dan kan men een biosimilar op de markt brengen: dit is een gelijkaardig product met dezelfde molecule, een soort kopie, niet volledig hetzelfde.
Een biosimilar is goedkoper dan het originele (productieproces is heel complex) maar moet aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen.
Het is belangrijk dat reumatologen dit bespreken met hun patiënten.
Er is een verschil tussen
Patiënten die al een biological nemen – dan is er sprake van een switch
Patiënten die starten met een biosimilar – de convenant (afspraak om bepaald resultaat te bereiken) van Minister De Block: er zich toe verbinden 20% (is 1 op 5 patiënten) ‘nieuw gestart’ met een biosimilar.
Het is belangrijk dat patiëntenorganisaties/ReumaNet hun onafhankelijkheid naar firma’s toe behouden!

 

Wat zijn biosimilars? Een biosimilar is een nagemaakte versie van een biologisch geneesmiddel. Na het aflopen van octrooien en de wettelijke gegevensbescherming kan het biosimilar op de markt worden gebracht. Een biosimilar is geen kopie. Biologische geneesmiddelen hebben een ingewikkelde driedimensionale structuur. Dat bemoeilijkt het maken van een exacte kopie. Het productieproces van biologische geneesmiddelen kent kleine variaties die leiden tot kleine, controleerbare afwijkingen tussen verschillende productiepartijen (batches) van een biologisch geneesmiddel. De fabrikant van een biologisch geneesmiddel test daarom elke batch van een biologisch geneesmiddel apart op productveiligheid.

 

black box warning: In de VS betekent een black box warning (soms ook black label warning genoemd) een soort waarschuwing die op de verpakking van een voor te schrijven medicijn verschijnt dat ernstige nevenwerkingen zou kunnen veroorzaken. Het wordt zo genoemd omdat er een zwarte rand rond de waarschuwingstekst is aangebracht. Een black box warning betekent dat medische studies aantonen dat het medicijn een verhoogd risico heeft voor ernstige of zelfs levensbedreigende nevenwerkingen. De FDA kan van een farmaceutisch bedrijf eisen om een black box warning op het etiket van een medicijn te plaatsen, of in de literatuur te beschrijven. Het is de sterkste waarschwing die de FDA eist.

 

BSE: bloedbezinking of sedimentatie = bezinkingssnelheid van de erytrocyten (mate waarin rode bloedcellen bezinken, als indicatie voor ontstekingen).

 

C Top

cachexie: een vorm van extreme magerheid. Cachexie treedt op in de terminale fase van bepaalde chronische aandoeningen zoals kanker, ernstige infectieziekten (tbc, aids, ...), hoge ouderdom e.d.

 

calcaneus: uitstekend bot dat de hiel vormt.

 

cardiovasculair:  betrekking hebbend op hart en bloedvaten.
Meer info op raliga.be over: “CARDIOVASCULAIR”

 

carpalia: acht polsbotjes, gerangschikt in twee rijen van vier
→proximale rij: scaphoïdeum, lunatum, triqutrum, pisiforme
→distale rij: trapezium, trapezoïdeum, capitatum, hamatum
Meer info op raliga.be over: "CARPAAL"

 

catechine: een verzamelnaam voor verschillende polyfenolen die als antioxidant in planten voorkomen. Ze zitten onder meer in thee, cacao en wijn. Het komt het meest voor in de bast van de acacia en ontleent daar zijn naam aan.

 

CCP: (Citrulline-Containing Peptides: gecitrullineerde eiwitten zijn eiwitten waarvan het aminozuur 'arginine' enzymatisch is veranderd in het aminozuur 'citrulline' → zie ook anti-CCP.

 

cerebrospinale vloeistof: Het hersenvocht, ook wel hersenruggenmergsvocht, liquor cerebrospinalis of verkort liquor genoemd, is de waterige vloeistof die zich in en om de hersenen en het ruggenmerg bevindt. De hoofdfunctie hiervan is schokdemping en bescherming van hersenen en ruggenmerg. Een nevenfunctie is transport van voedingstoffen en afvoer van afvalstoffen.

 

chronisch: voortdurend, aanhoudend, kan niet genezen worden

 

ciclosporine: is een geneesmiddel om afstotingsverschijnselen te onderdrukken na een orgaantransplantatie. Ook wordt het middel soms toegepast bij ernstige vormen van psoriasis.

 

citrullinering/citrullinatie: is een term die gebruikt wordt voor het omzetten van het aminozuur arginine in citrulline. Deze omzetting vindt plaats op aminozuren die al in een eiwit zijn ingebouwd; het is dus een vorm van posttranslationele modificatie van eiwitten.
Meer info op raliga.be over: "CITRULLINERING" - "CITRULLINATIE"

coeliakie of inheemse spruw: een chronische darmaandoening, zich kenmerkend door een aangeboren glutenintolerantie die bij een onaangepast dieet leidt tot een beschadiging van het darmslijmvlies.

 

comorbiditeit: het verschijnsel dat iemand aan meerdere chronische ziektes tegelijk lijdt, andere gezondheids- problemen die ook (of zelfs nog meer dan bij niet RA-patiënten) aandacht nodig hebben. Bijvoorbeeld: cardiovasculaire risico’s, osteoporose (al dan niet cortisone-geïnduceerd).
Meer info op raliga.be over: "COMORBIDITEIT"

 

corticoïden of corticosteroïden: zijn een synthetische variant van het lichaamseigen bijnierschorshormoon. Deze groep van stoffen onderdrukt diverse lichamelijke reacties bij ontstekingen en infecties. De bijnierschorshormonen worden geproduceerd door de buitenste zone (de cortex) van de bijnieren. Deze hormonen zijn voornamelijk onder te verdelen in twee soorten: glucocorticoïden en mineralocorticoïden.

 

cortisone: populaire naam, wetenschappelijke term is glucocorticoïden, klasse van medicatie die snelle werking heeft.
Meer info op raliga.be over: "CORTISONE"

 

crepitatie: ook crepitus genoemd. Kraken of knetteren tijdens beweging, veroorzaakt door onregelmatigheid van het kraakbeen dat de botuiteinden beschermt. Daardoor wrijven of schuren de structuren tegen elkaar. Beweging van het gewricht gaat gepaard met een voelbaar en hoorbaar gekraak in het gewricht.
Meer info op raliga.be over: "CREPITATIE"

 

contractuur van Dupuytren: Toestand veroorzaakt door verdikking en contractuur van de fascia palmaris. De vingers worden in flexiecontracturen getrokken, eerst bij de metacarpofalangeale gewrichten,  vervolgens  bij de proximale interfalangeale gewrichten. Komt voor bij personen met en zonder artritis. Wordt ook de ziekte van Dupuytren genoemd en is tevens bekend als koetsiershand. Het is een aandoening waarbij zich een harde streng bindweefsel in de handpalm van de ringvinger, middelvinger of pink vormt. De aandoening werd in 1831 door baron Guillaume Dupuytren beschreven. Tot op heden is de oorzaak van de aandoening onbekend.
Een contractuur is een niet normale stand (dwangstand) van een gewricht of lichaamsdeel. Contracturen ontstaan doordat lichaamsdelen langdurig een bepaalde stand hebben zonder enige activiteit.
Meer info op raliga.be over: "DUPUYTREN"

 

CRP: Het C-reactief proteïne (meestal afgekort tot CRP, is een zogenaamd acutefase-eiwit. CRP wordt geproduceerd door de lever en afgegeven in de bloedbaan. Na het ontstaan van een ontsteking neemt de hoeveelheid CRP in het lichaam binnen een paar uur toe. Hierdoor is CRP waardevol voor het vaststellen van de aanwezigheid van een ontsteking of om het effect van een medische behandeling op de ontsteking te volgen. De toename van CRP wordt vaak al gezien voordat er klinische symptomen van een ontsteking door de patiënt worden waargenomen. CRP is niet specifiek genoeg om de oorzaak van de ontsteking aan te tonen, maar het is een signaalmolecuul dat aangeeft dat aanvullend medisch onderzoek nodig is.

 

cyste: een met vloeistof gevulde ruimte
Meer info op raliga.be over: "CYSTE"

 

cytokine: een cytokine is een eiwit dat een rol speelt in de immuunafweer.

 

D Top

DAS-score: (Disease Activity Score) = score van ziekteactiviteit. Score van 28 pijnlijke en gezwollen gewrichten met inbegrip van dezelfde gewrichten: schouders, ellebogen, polsen, MCP gewrichten, PIP gewrichten en de knieën. De DAS-score bestaat uit 4 onderdelen: het aantal gezwollen gewrichten; het aantal pijnlijke gewrichten; de mening van de patiënt;de bezinkingssnelheid van het bloed

 

degeneratief: leidende tot degeneratie = veranderingen in cellen of weefsels waardoor hun normale functie aangetast wordt

 

delay: in de context van RA: uitstel van 'behandeling', strikt genomen geen uitstelgedrag. Delay is de tijd die verstrijkt tussen het begin van de symptomen en de behandelingsstart, afhankelijk van patiënt-, huisarts- en reumatoloog gerelateerde factoren.
Meer info op raliga.be over "DELAY"

 

destructief: afbrekend, vernietigend.

 

differentiatie:of differentiëren is het proces waarbij een homogeen geheel wordt verdeeld in delen met verschillende eigenschappen.
Kenmerkend bij differentiatie is dat er sprake blijft van een geheel en dat de verdeling in delen met verschillende eigenschappen zich voordoet binnen dat geheel. Het proces kan zich zelfstandig voltrekken door interne factoren maar ook externe factoren kunnen een rol spelen.

 

distaal: richtingaangevende term die betekent: verder van het referentiepunt verwijderd. Verder van het aanhechtingspunt van een ledemaat aan de romp van het lichaam of verder van het midden van het lichaam.

 

DMARD's: Disease-modifying antirheumatic drugs ("ziekteverloop beïnvloedende geneesmiddelen tegen reuma") of DMARD's vormen een groep geneesmiddelen die de activiteit van ontstekingen in de gewrichten vermindert. De middelen worden gegeven met als doelstelling het zo veel mogelijk voorkomen van gewrichtsbeùschadiging zoals die bij reumatoïde artritis veel voorkomen.

 

E Top

ectopisch: niet op de normale plaats

 

ELISA: afkorting of letterreeks voor een laboratoriumtest voor het meten van stoffen in bloedmonsters. De naam is een afkorting van Enzyme-Linked Immuno Sorbent Assay. Een andere term voor ELISA is Enzyme Immuno Assay (EIA).

 

eiwit: (proteïne) grote molecule die uit aminozuren bestaat. Is een essentieel bestanddeel van het menselijk lichaam.

 

EMA: Het Europees Geneesmiddelenbureau, of EMA (European Medicines Agency) is een agentschap van de Europese Unie, opgericht in 1995 en gevestigd in Londen, in de wijk Canary Wharf. Tot december 2009 was de naam: European Agency for the Evaluation of Medicinal Products, met de niet officiële afkorting EMEA.

 

EMEA: Europees Agentschap voor de Evaluatie van Medicijnen voor de mens.

 

erosie: destructie van bot.

 

extra-articulair: buiten de gewrichten.

 

F Top

FAGG: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten

 

FDA: US Food en Drug Administration – Centrum voor de evaluatie en veiligheid van medicijnen

 

familiaire amyloïdose:  amyloïdose zijn aandoeningen die worden veroorzaakt doordat eiwitten neerslaan in lichaamsweefsels.
Erfelijke of familiaire amyloïdose ATTR, type is bijzonder zeldzaam. Als een persoon het gen bezit voor familiaire amyloïdose, bestaat er een kans van 50 procent dat dit gen wordt doorgegeven aan de nakomelingen. Vaak worden de zenuwen in de polsen of de ogen getroffen.

 

G Top

gegeneraliseerd: veralgemeend.

 

genoom: is de complete genetische samenstelling van een organisme, cel of virus.
Het menselijkgenoomproject (afgekort HGP (van human genome project)) is een programma om de structuur van het menselijke DNA volledig op te helderen, tot op het niveau van de individuele basenparen, en alle menselijke genen te identificeren en te lokaliseren. Bij de aanvang ervan in 1988 leek dit nog haast een utopie; de gebruikte technieken schreden echter zo snel voort dat het nog ruim voor het geplande eindpunt grotendeels af was.

 

glucosamine is een natuurlijk voorkomend aminosuiker en wordt soms ingezet als behandelmethode bij artrose omdat in in-vitro-onderzoek en dierexperimenteel onderzoek glucosaminesulfaat in staat blijkt om het kraakbeenstofwisseling te normaliseren, om beschadigd kraakbeen te herstellen en ook lichte ontstekingsremmende eigenschappen blijkt te bezitten. Interventieonderzoek bij mensen naar de effecten van glucosamine bij artrose levert echter wisselende resultaten op. Om deze reden is het geen algemeen geaccepteerde behandelmethode en is het voornamelijk in de alternatieve geneeswijze populair.
Meer info op raliga.vzw over: "GLUCOSAMINE", "KRAAKBEEN"

 

glucocorticoïden: De glucocorticoïden vormen een groep steroïde-hormonen die door de bijnierschors worden geproduceerd. Zij danken hun naam aan het feit dat het corticosteroïden zijn met een effect op het metabolisme van glucose, niet aan de aanwezigheid van een glucose-residu in het molecuul.

 

glycatie: suiker leidt tot glycatie, een stofwisselingsproces dat de veroudering enorm versnelt.
Reactie tussen glucose- of fructose (suikers) en proteïnen (eiwitten). Zo kunnen bijvoorbeeld glucosemoleculen reageren met eiwitmoleculen. Door dit proces “plakken” eiwitten aan elkaar vast en vormen AGEs. Hierdoor wordt het door eiwit opgebouwde weefsel stijver (eiwitten vormen de bouwstoffen van onze weefsels). Bloedvaten, die ook worden opgebouwd uit het door eiwit gefabriceerde weefsel, worden dus ook stijver door glycatie. Stijvere bloedvaten hebben een grotere kans om te scheuren.

 

H Top

HAQ index (Health Assessment Questionnaire) = (VDF: Vragenlijst Dagelijks Functioneren): meet moeilijkheden bij het uitvoeren van activiteiten in het dagelijkse leven en wordt door de patiënt zelf ingevuld. Er zijn acht vragen, met per vraag vier antwoordcategorieën (vragenlijst met 8 onderverdelingen: aankleden, opstaan, eten, stappen, reiken, grijpen, hygiëne, gebruik van handen). De score 0 staat voor ‘zonder moeite’ en score 3 betekent ‘onmogelijk’. Het totaal wordt gedeeld door acht en levert een totaalscore op tussen 0 en 3 (de Functional Disability Index). (lees meer)

 

heiligbeen: het heiligbeen is het grootste bot van de wervelkolom. Het is driehoekig van vorm, en bestaat uit drie tot vijf samengegroeide wervels. Het ligt tussen de lendenwervels en de stuit.

histamine: is een organische verbinding, meer bepaald een biogeen amine, die betrokken is bij verscheidene fysiologische processen. De stof speelt een rol in het maag-darmkanaal, fungeert als neurotransmitter in het centrale zenuwstelsel en heeft een functie in het afweersysteem.

HLA-B27: HLA = Human Leucocyte Antigen. Elke mens is drager van een ganse reeks HLA-genen. Deze zijn verschillend van mens tot mens. Reeds tientallen verschillende HLA-eiwitten werden gevonden. Zij kregen een naam bestaande uit een letter en een nummer.

 

hydrops: abnormale vochtophoping (in een gewricht).
Meer info op raliga.be over: "VOCHTOPHOPING"
 

 

I Top

idiopatisch: zonder aanwijsbare oorzaak

 

immunogeen: antigeen dat een immuunreactie oproept.

 

immunoglobulinen: verzamelnaam voor al de antistoffen in het bloed. Bij de mens zijn 5 categoriën van afweerstoffen (antistoffen) bekend: IgA, IgG, IgD, IgE en IgM. De klassen IgA, IgG en IgM zijn de drie belangrijkste groepen van afweerstoffen die een rol hebben in de verdediging van de mens tegen infecties. Ze spelen een belangrijke rol bij de interactie tussen T-cellen en B-cellen.
Meer info op raliga.be over "IMMUNOGLOBULINEN"

 

immuunafweer: het immuunsysteem is een verdedigingssysteem met als doel indringers of veranderde eigen cellen te bestrijden. De Latijnse term immunis betekent vrijgesteld, verwijzend naar bescherming tegen indringers van buiten.

 

immuunsuppressivum: of immunosuppressivum is een geneesmiddel dat de werking van het afweersysteem remt.

 

inflammatoir: met ontsteking gepaard gaande.

 

insulineresistentie: verminderde reactie op insuline. Hierdoor wordt het bloedsuiker niet volledig opgenomen en blijft het bloedsuikergehalte te hoog.

 

interleukine: interleukinen zijn een groep cytokinen die geproduceerd worden door geactiveerde macrofagen en lymfocyten (beide zijn leukocyten vandaar -leukine) gedurende een immuunrespons. Het doel van de interleukineproductie is om met andere leukocyten te communiceren (vandaar inter-). Interleukinen stimuleren leukocyten om tot proliferatie en differentiatie over te gaan.
De interleukinen zijn genummerd op volgorde van ontdekking.

 

J Top

juveniele idiopatische artritis - JIA:  is een verzamelnaam voor gewrichtsontstekingen bij kinderen, ook wel jeugdreuma genoemd. Er zijn drie hoofdvormen: oligo-articulaire jeugdreuma, poly-articulaire jeugdreuma en systemische jeugdreuma.

 

K Top

kruisreactie: reactie van de afweer van het lichaam tegen een lichaamsvreemde stof die op een andere lichaamsvreemde stof lijkt

L Top

leflunomide (merknaam: Arava) behoort tot een groep stoffen (Disease Modifying Anti-Rheumatic Drugs) die voorgeschreven worden bij de behandeling van vormen van reuma zoals reumatoïde artritis en arthritis psoriatica.


leptomeningen: de binnenste lagen van de hersenvliezen; de pia mater en de arachnoidea

 

leukocyten: of witte bloedcellen  (van het oudgrieks, witte cel) zijn cellen met een celkern die zich in het bloed bevinden. Ze maken maar een heel klein deel uit van de cellen in het bloed, op iedere witte bloedcel zijn er vele honderden rode bloedcellen, maar de witte bloedcellen zijn wel een stuk groter. Ze vormen een belangrijk component van het immuunsysteem. Witte bloedcellen spelen ook een rol bij sommige allergische reacties, zoals een type I-allergie. Witte bloedcellen zorgen er tevens voor dat je ziektes voorkomt. Ze hebben gemiddeld een langere levensduur dan de rode bloedcellen.

 

lipidenstoornis: Abnormaal vetgehalte in bloed, meestal te veel vetten (hyperlipidemie).


luxatie of dislocatie: toestand waarin de botten die het gewricht vormen geen contact meer met elkaar maken.
Meer info op raliga.be over 'LUXATIE'

 

lymfociet: is een type witte bloedcel die in het rode beenmerg wordt gevormd. Sommige lymfocyten kunnen antistoffen tegen ziekteverwekkers maken. De antistoffen worden gemaakt tegen bepaalde stoffen (antigenen) van het oppervlak van de ziekteverwekker. Er zijn drie soorten lymfocyten: T-lymfocyten, B-lymfocyten en NK-cellen.

 

M

Top

macrofaag: afweercel die een belangrijke rol speelt in het ontstekingsproces. Macrofagen verwijderen bv. beschadigde cellen en produceren TNF-alpha. In het weefsel van gewrichten met veel ziekteactiviteit zijn ze in groten getale aanwezig.

 

marker: stof waarvan de aanwezigheid in het bloed met grote waarschijnlijkheid wijst op het bestaan van een bepaalde ziekte (synoniem: merkstof)

 

massaspectrometrie: een veel gebruikte techniek om moleculen te kunnen identificeren. Die identificatie vindt plaats aan de hand van de massa's van verschillende brokstukken van het te onderzoeken molecuul.

 

mediator: stof die vrijkomt na contact tussen een allergeen en een mestcel en die een reactie veroorzaakt.

 

methotrexaat of MTX is een geneesmiddel dat het afweersysteem onderdrukt en ontstekingen remt. Methotrexaat wordt in lage dosering (5 tot 30 mg in een wekelijkse dosering) gebruikt bij aandoeningen zoals psoriasis, reumatoïde artritis, multiple sclerose, de ziekte van Crohn, lupus erythematodes, colitis ulcerosa, sclerodermie, astma. In hoge dosering remt methotrexaat de groei van sommige tumoren waarmee het ingezet kan worden bij sommige soorten kanker, bijvoorbeeld bij leukemie.

 

moleculaire chaperonnes stabiliseren niet-gevouwen of gedeeltelijk gevouwen proteïnes door ze aan zich te binden. Daarmee voorkomen zij samenklontering en verval van de nieuw gesynthetiseerde keten.

 

monoklonaal: gemaakt van een en dezelfde kloon.

 

myocard: hartspierweefsel. 

 

N Top

neuropathie: is het niet goed functioneren van een of meer zenuwen. Is er slechts een enkele zenuw aangedaan, dan spreekt men van mononeuropathie, zijn het er enkele van oligoneuropathie, zijn het er vele dan spreekt men van polyneuropathie.

 

nociceptie: waarneming van pijn, schadelijke prikkel van buitenaf waarop het lichaam reageert

 

NSAID's: niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen) zijn ontstekingsremmende geneesmiddelen die niet behoren tot de groep van de corticosteroïden. Een ander woord hiervoor is prostaglandinesynthetaseremmers.

Voorbeelden van NSAID's zijn ibuprofen, diclofenac, meloxicam, naproxen, etofenamaat, celecoxib. Het acetylsalicylzuur (aspirine, Aspegic) wordt ook tot de NSAID's gerekend. Deze stof was er al een eeuw voordat de eigenlijke NSAID's werden ontwikkeld en heeft bovendien een werking op de bloedstolling.

 

O Top

osteoclasten: Cellen met de naam osteoclasten breken bot af, de osteoblasten bouwen bot op.

 

oxidatieve stress: is een stofwisselingstoestand, waarbij meer dan een normale fysiologische hoeveelheid reactieve zuurstofverbindingen (ROS - reactive oxygen species) in de cel gevormd wordt of aanwezig is.De reactieve zuurstofverbindingen beschadigen alle delen van de cel, inclusief proteïnen, lipiden en DNA.

 

P Top

palpatie of palperen is het uitwendig of inwendig met de hand of handen voelen aan een patiënt als onderdeel van geneeskundig onderzoek. Om de exacte ligging van een letsel te lokaliseren wordt er meestal gepalpeerd naar de aangedane structuur.

 

parenchym: het actieve weefsel van een orgaan.

 

patella: knieschijf; plat driehoekig bot aan het voorste gedeelte van de knie. 

 

pathogenese: de wijze waarop een ziekte ontstaat (genesis = ontstaan), ziekteoorzaak, de wijze waarop een ziekte ontstaat

 

pathologie: deel van de medische wetenschap dat de oorzaken en de aard van de ziekten behandelt en de veranderingen in het lichaam die er het gevolg van zijn. Synoniem = ziekteleer

 

pegileren: Het koppelen van polyethyleenglycol aan geneesmiddelen ofwel het pegyleren vindt de laatste jaren in toenemende mate plaats. Men beoogt hiermee de verblijftijd van een middel in het lichaam te verlengen, waardoor zowel de duur als de mate van werkzaamheid kan toenemen. Toepassingen vinden nu vooral plaats bij geneesmiddelen op basis van eiwitten.

 

pericard: buitenste vlies van het hartzakje, het vlies dat om het hart heen ligt. synoniem: pericardium


 

pinchgreep: pinchen = grijpen. Pinch is de greep tussen duim en wijsvinger.
Deze greep is zeer belangrijk om iets te kunnen grijpen of op te rapen…
Meer info op raliga.be over: "GRIP" - "GRIJPTANG"

 

polyartritisch: ‘poly’ = Grieks voor ‘veel’ - ontsteking van veel gewrichten

 

pleura: borstvlies of longvlies, tussen het longvlies en het borstvlies bevindt zich de interpleurale ruimte die met vocht gevuld is.

 

progressief: voortschrijdend.

 

proliferatie: betekent in het algemeen groei of verspreiding, meer in het bijzonder de ontwikkeling van een cel (biologie).

 

Q Top

 

R Top

receptor: benaming voor bepaalde moleculen, vaak eiwitten, of chemische groepen op het celoppervlak of in het cytoplasma met specifieke bindingseigenschappen voor bepaalde stoffen, zoals hormonen, neurotransmitters, voedingsstoffen, geneesmiddelen en vergiffen, die de ontvankelijkheid van de cel of het organisme bepalen.

 

remissie: het wegblijven of verminderen van ziekteverschijnselen.

 

(reuma)noduli: of subcutane noduli - onderhuidse reumaknobbels. Met zwelling gepaard gaande ontsteking onder de huid; kan aan het onderliggende bot gehecht zijn of vrij beweegbaar.
Meer info op raliga.be over: "NODULI"

 

rubor:  roodheid van de huid of slijmvliezen, dit is één van de kenmerken van een ontsteking

 

S Top

sarcoïdose: is een aandoening waarbij over gans het lichaam granulomen ontstaan. Dit zijn meestal microscopisch kleine ophopingen van cellen, maar ze kunnen uitgroeien tot de grootte van een kippenei. Het is een soort ontsteking van het bindweefsel en kan zich in het hele lichaam voordoen, (overal waar men bindweefsel vindt). Dus ook in levensnoodzakelijke organen.

 

serologie: de wetenschap en de techniek betreffende het onderzoek van de door ziekte teweeggebrachte veranderingen in het serum, in het bijzonder van antistoffen.
Meer info op raliga.be over "SEROLOGIE"

 

SF-36: vragenlijst over uw gezondheidstoestand.

 

spieren: elastische weefsels die kracht geven om de botten te bewegen.
Meer info op raliga.be over "SPIEREN"
 

symbool 6: Om meer aandacht te vestigen op de specialiteiten met een nieuw actief bestanddeel wordt in het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium bij deze specialiteiten dit symbool getoond gedurende de eerste drie jaar na commercialisering. Met dit symbool wil het Centrum voor Geneesmiddelenbewaking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) artsen en apothekers oproepen om vermoedens van ongewenste effecten voor deze middelen zeker te rapporteren, zelfs bij twijfel over een causaal verband.

 

symmetrisch: tegelijkertijd aan beide gewrichten (beide polsen, beide schouders,…).


syndroom van Felty: mensen die voor een lange tijd reumatoïde artritis hebben gehad, kunnen de ziekte genaamd Feltysyndroom ontwikkelen. Het beïnvloedt witte bloedcellen en de milt en kunnen problemen met de bloeddruk veroorzaken.


synoviaal vlies: vlies dat de binnenzijde van gewrichten bekleedt en de synovia afscheidt.

 

synovia: slijmerige vloeistof in de gewrichten, die door een vlies wordt afgescheiden. Synoniem: gewrichtssmeer.

 

synovitis: gewrichtsvliesontsteking.

 

synovium: slijmvlies dat de gewrichtsholten, scheden rondom de pezen en slijmbeurs bekleedt - synoniem: synoviaal vlies.

 

systemisch: verschillende organen kunnen worden aangetast.

 

T Top

T-cel:T-cellen ofwel T-lymfocyten zijn afweercellen, onderdeel van de specifieke cellulaire afweer. Ze zijn specifiek want elke T-cel kan reageren op een specifiek vreemd oppervlak.

 

tenosynovitis: ontsteking van het binnenkapsel van de peesschede

 

teratogeen: de eigenschap van een stof of een ziekte om bij de foetus afwijkingen te veroorzaken als de moeder tijdens de zwangerschap met de stof in aanraking komt, deze inademt of inneemt, dan wel de ziekte doormaakt.

 

TNF-α-remmers staat voor een groep geneesmiddelen die de werking van TNF-α (tumornecrosefactor) remmen of zelfs blokkeren. Deze geneesmiddelen werden bij de introductie eind jaren 90 vooral gebruikt bij de behandeling van enkele soorten reuma, tegenwoordig is het indicatiegebied uitgebreid naar onder meer de ziekte van Crohn, psoriasis en colitis ulcerosa. TNF-alfa is een cytokine die het optreden van een ontstekingsreactie bevordert. Door blokkeren van het effect van TNF-α wordt de afweer verlaagd. Een van de bijwerkingen is dan ook het versneld optreden van opportunistische infecties die ook nog eens ernstiger kunnen verlopen. De presentatie van infectieziekten tijdens gebruik van TNF-α blokkers kan ook veranderen wat de diagnose vervolgens bemoeilijkt.

 

Transthyretine (TTR): vroeger prealbumine genoemd, is een proteïne waarvan de bloedconcentratie een goede indicator is voor de eiwitvoedingstoestand. Op fuctioneel niveau is transthyretine vooral een transporteiwit voor het schildklierhormoon T4, vandaar de naam. Verder is het een dragereiwit voor retinol-bindend eiwit (RBP). Hierdoor voorkomt transthyretine het verlies van RBP en het daaraan gebonden vitamine A door uitscheiding via de nier.

 

Tumor Necrosis Factor-alfa:(TNF-α) is een cytokine. Het speelt een belangrijke rol bij inflammatoire processen en de acute fase reactie.

 

U Top

Uveïtis: Uveïtis is een verzamelnaam voor alle (inwendige) ontstekingen in het oog. Uveïtis-patiënten klagen vaak over een vermindering van het gezichtsvermogen van een of beide ogen. Ze zien wazig, hebben last van zwarte vlekjes of slierten in het beeld. Een aantal mensen kan het licht niet goed verdragen. Soms is het oog pijnlijk en rood. Uveïtis kan heel plotseling beginnen met een pijnlijk, rood oog of zeer geleidelijk met steeds waziger gaan zien. Het kan in één oog voorkomen, afwisselend in één van beide ogen of in beide.

 

V Top

Vlaams Fonds: Vlaams Agentschap voor personen met een handicap (VAPH): wil de participatie, integratie en gelijkheid van kansen van personen met een handicap bevorderen in alle domeinen van het maatschappelijk leven.

 

vasculitis: is ontsteking van de wanden van de bloedvaten.

 

W Top

 

X Top               

xanthomatose: verhoogd cholesterol en-of vetgehalte van het bloed

Y Top

Z  

 


Top

scribble - trefwoorden reumatoïde artritis
RA-letterwoord: wat houdt RA allemaal in?

Scribble van trefwoorden en begrippen m.b.t. reumatoïde artritis
ontwerp dankzij de inbreng van onze vrienden op Facebook - bedankt!
(klik om te vergroten)

(17 oktober 2016)

 

Bekijk ook het RA-letterwoord


Ingrediënten van onze LETTERCOCKTAIL:

LETTERCOCKTAIL! Doe mee!
Vind het woord en betekenis - dit zijn jouw letters:

LETTERCOCKTAIL - Verklarende woordenlijst

ADELY, ATRACTIELUICESTY, CHEPPINGER, CLANCAUSE, CLINITREURLING, COENFRAGMA, ADELYEU-MINUUTTMOZAIEK, ERRATIONESTORCION, FORATIEGETALICAAN, GROESOLIEKANYSOLEMAINGLUCOSEMANANEES, MINIMUULBONGOLEOERSTAR, OGENPATHEES, OMANATIE, ONLUID, ORBIDCOMITEIT, PELLATA, PLACARIA, PRECITATIE, PREINSE, RADIOVISCACULAR, SACHESPIELLE, SCHAAGLINT, SHOPDRY, SNAARWEES(engels), STALIDATULAXIEUURCONTRACT