De Lijn keurt beleidsplan toegankelijkheid goed

De Lijn streeft naar een permanente verbetering van haar toegankelijkheid. De raad van directeuren van De Lijn heeft daartoe het beleidsplan toegankelijkheid goedgekeurd. De Lijn wil er met dit beleidsplan voor zorgen dat een zo groot mogelijke groep mensen op een vlotte wijze kan gebruikmaken van bus of tram. Krachtlijnen zijn een duidelijke rol voor het openbaar vervoer en voor het aangepast vervoer, meer toegankelijke voertuigen en haltes en een label voor hulpmiddelen geschikt voor openbaar vervoer.

De Lijn werkt daartoe samen met het toegankelijkheidswerkveld in Vlaanderen. Zo worden het Vlaams expertisecentrum Toegankelijkheid, de provinciale adviesbureaus en gebruikersorganisaties betrokken bij de uitwerking van het plan.

Inclusief openbaar vervoer complementair aan aangepast vervoer

De Lijn wil er met haar beleidsplan voor zorgen dat een zo groot mogelijke groep mensen op een vlotte wijze kan gebruik maken van bus of tram. De chauffeurs en controleurs krijgen daarom tijdens hun basisopleiding een opleiding over omgaan met personen met een beperking. Dit jaar komt daar een extra voortgezette opleidingsmodule toegankelijkheid bij. Omdat openbaar vervoer niet voor alle vragen een oplossing biedt, zal het deur-tot-deurvervoer moeten blijven bestaan. Samen met de volgende Vlaamse regering wil De Lijn duidelijke keuzes maken over de taakverdeling tussen beide complementaire oplossingen.

Nood aan meer toegankelijke halte-infrastructuur

Eind vorig jaar was bijna 3 op 4 van de bussen en 1 op 3 van de trams toegankelijk. En met de recente aankoop en aanbesteding voor nieuwe voertuigen zal dat aandeel in de komende jaren nog verder stijgen. Maar De Lijn kan pas een toegankelijke rit garanderen als ook de haltes toegankelijk zijn. De Lijn vraagt dan ook het engagement van de wegbeheerders om nog meer te investeren in toegankelijke haltes. De prioriteit moet daarbij liggen op veel gebruikte haltes in stedelijke omgevingen en aan belangrijke attractiepolen zoals ziekenhuizen of woonzorgcentra. 

Label voor hulpmiddelen

De Lijn werkt vandaag al met succes samen met Viamigo (een trajectbegeleidingssysteem waarmee een begeleider op afstand een persoon kan volgen en coachen) en BlueAssist (een hulpmiddel voor mensendie moeilijk een hulpvraag kunnen stellen). 

Omdat vandaag niet altijd duidelijk is welke vervoershulpmiddelen mee kunnen op bus of tram zal het Departement Mobiliteit en Openbare Werken in samenwerking met De Lijn een opdracht uitschrijven tot uitwerking van een kwaliteitslabel voor vervoerbare hulpmiddelen. Doel is om een heldere kijk te krijgen op hulpmiddelen die wel en niet mee kunnen én goed te omschrijven welke kleine afwijkingen maken dat een vervoermiddel hoewel het niet strikt voldoet aan de voorwaarden, toch mee mag. Omdat de markt van de hulpmiddelen voortdurend in evolutie is zal dit beleid continu worden bijgestuurd. Op basis van het voorwaarts oprijden van de oprijplaat mag een vervoerbaar hulpmiddel maximaal 1,3 meter lang, 80 centimeter breed zijn en 300 kilogram wegen (inclusief gebruiker) met een draaicirkel van maximaal 1,5 meter diameter. Deze aanpak is een gevolg van de evaluatie van de ingestelde richtlijnen rond de vervoershulpmiddelen dat in overleg met gebruikers, de betrokken Vlaamse administraties en hulpmiddelenfabrikanten werd opgezet. In afwachting van het label behoudt De Lijn de huidige richtlijnen.

Bron: http://www.vlaamse-ouderenraad.be/artikel.php?pub_id=3422

Geplaatst: 2014-04-21