Belgen en hun gezondheidszorg

In samenwerking met het RIZIV en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid publiceert het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) om de drie jaar een check-up van het Belgisch gezondheidssysteem.
Naast een overzicht van de sterke en zwakke punten van het systeem over de periode 2008-2013 helpt het rapport de beleidsmakers en de verantwoordelijken om het systeem performant te houden of zelfs te verbeteren.
Vele Europese landen maken een gelijkaardige analyse waardoor de systemen met elkaar kunnen worden vergeleken en doelstellingen kunnen worden bepaald om het niveau van de best scorenden te evenaren.

De Belgen zijn in het algemeen best tevreden met hun gezondheidszorg en maar liefst 78% vindt dat hij/zij in goede gezondheid verkeert. De zorgkwaliteit van ons land scoort het Europese gemiddelde.
Wanneer de criteria onder de loep worden genomen, gaan er echter 34 alarmsignalen af...

Deel dit artikel met jouw Facebook-vrienden


Bron: Een nieuwe check-up van het Belgische gezondheidssysteem

Om de drie jaar publiceert het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een check-up van ons gezondheidssysteem, samen met het RIZIV en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV). Het huidige rapport geeft een overzicht van de sterke en zwakke punten van het systeem over de periode 2008-2013 op basis van 106 indicatoren. Het helpt de beleidsmakers en de verantwoordelijken van het systeem bij het stellen van prioriteiten om het systeem performant te houden of zelfs te verbeteren. De oefening wordt uitgevoerd in vele Europese landen, die daardoor met elkaar kunnen worden vergeleken en doelstellingen kunnen bepalen om het niveau van de best scorenden te bereiken.

In het algemeen zijn de Belgen best tevreden met hun gezondheidszorg, en 78% vindt dat hij/zij in goede gezondheid verkeert. De zorgkwaliteit van ons land bevindt zich op het Europese gemiddelde. Wanneer we de criteria echter van naderbij bekijken, komt er een meer genuanceerd beeld tevoorschijn, en gaan er 34 alarmsignalen af.

Hoe gaat het met ons gezondheidssysteem?
Bij het begin van het nieuwe jaar wensen wij elkaar vaak ‘een goede gezondheid’ toe. Maar wie bekommert zich om de gezondheid van ons gezondheidssysteem? Gewoonlijk wordt er gezegd dat deze ‘goed’ is, maar wat betekent dit eigenlijk? En hoe kunnen we dit meten? Het systeem bestaat uit vele facetten, en uit de meting van elk van deze facetten komt een globaal beeld naar voor van wat ons volledige gezondheidssysteem waard is. Drie federale overheidsinstellingen, het KCE, het RIZIV en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV), meten permanent de ‘performantie van het gezondheidssysteem’, en publiceren vandaag de derde editie van het rapport.

Waarom de performantie van ons gezondheidssysteem meten?
De belangrijkste doelstelling is om geregeld een geactualiseerd beeld van het volledige systeem te maken, om de beleidsmakers te helpen bij het stellen van hun prioriteiten. De onderzoekers namen 106 indicatoren over 6 grote domeinen onder de loep : gezondheidspromotie, preventieve, curatieve, langetermijn en palliatieve zorg, en geestelijke gezondheidszorg. Elk domein werd op zijn beurt geëvalueerd aan de hand van 5 criteria : kwaliteit, toegankelijkheid, efficiëntie (de verhouding tussen doeltreffendheid en kost), duurzaamheid en billijkheid. De resultaten zijn gebaseerd op gegevens uit de periode 2008-2013, wat een normale tussentijd is voor het gebruik van administratieve databanken. Daardoor kan men wel geen rekening houden met de laatste wijzigingen aan het systeem. Toch  blijft het interessant om te zien hoe de indicatoren doorheen de tijd evolueren. Zo kan men nagaan of een bepaald beleid resultaten boekt, of dat een situatie daarentegen verslechterd is sinds de meest recente maatregel werd ingevoerd.

De oefening wordt uitgevoerd in vele Europese landen, waardoor deze met elkaar kunnen worden vergeleken en elk land doelstellingen kan vastleggen om het niveau van de best scorenden te bereiken.

Tevreden burgers, maar…
Voor de burger is de balans eerder positief: een groot deel (78 %) van de Belgen vindt dat hij/zij in goede gezondheid verkeert. Dit resultaat ligt hoger dan het Europese gemiddelde, en de Belgen zijn tevreden over hun gezondheidszorg. Wanneer we de criteria echter van naderbij bekijken, zien we een meer genuanceerd beeld en gaan er voor 34 van de 106 indicatoren alarmsignalen af.

Ons systeem kan worden beschouwd als toegankelijk, dankzij onze ziekteverzekering en de vangnetten van onze sociale zekerheid voor de laagste inkomens (maximumfactuur, verhoogde terugbetaling van ziektekosten). Toch moeten de patiënten nog een groot gedeelte zelf betalen: 18% van de totale ziektekost, wat hoog is tegenover andere Europese landen.

Een gemiddelde kwaliteit
De meeste resultaten m.b.t. zorgkwaliteit liggen op het Europese gemiddelde. Toch zijn er een aantal minpunten, zoals een hoog aantal antibioticavoorschriften. De zorgcoördinatie voor kankerpatiënten en diabetici verbetert wel. 

In de woonzorgcentra of de rust-en verzorgingstehuizen zijn de resultaten gematigd. Doorligwonden komen weliswaar relatief weinig voor, maar de bewoners krijgen moeilijk toegang tot een arts-specialist (bv. een oogarts voor de opvolging van diabetici). Een hoog aantal ouderen slikt dagelijks meer dan 5 geneesmiddelen.

Inzake toegankelijkheid en de zorgkwaliteit rond het levenseinde, doet men meer beroep op palliatieve zorg en komt therapeutische hardnekkigheid nog relatief weinig voor. Toch overlijden de meeste Belgen nog in het ziekenhuis, terwijl de meerderheid dit niet wenst.

Preventie kan beter
De doelstellingen voor preventie (die op internationaal niveau worden vastgelegd) worden niet altijd bereikt: zo ligt de vaccinatiedekking bij jongeren soms lager dan aanbevolen (bv. de rappelvaccinatie tegen mazelen) en ouderen worden zelfs minder gevaccineerd tegen griep. De screening op borst- en baarmoederhalskanker is onvoldoende.
De resultaten van gezondheidspromotie laten te wensen over: het aantal volwassenen met obesitas blijft onveranderd, er wordt nog steeds veel gerookt, mensen bewegen nog altijd te weinig en bij jonge mannen is er nog veel riskant alcoholgebruik (binge drinking). Bovendien zijn er in dit domein nog vele socio-economische ongelijkheden, waardoor de bevolking gezondheidsboodschappen onvoldoende begrijpt (gezondheidsalfabetisme of ‘health literacy’).

Alarmsignalen in de geestelijke gezondheid
Een aantal indicatoren van de geestelijke gezondheid en de psychiatrische zorg zijn onrustwekkkend: er zijn nog altijd veel zelfdodingen, het aantal opnames in een psychiatrische instelling blijft stijgen en er worden steeds meer antidepressiva genomen. Daarbij komen nog de lange wachttijden voor een 1e contact met een centrum voor geestelijke gezondheidszorg, wat de toegankelijkheid van deze diensten in vraag stelt.

Het systeem wordt meer efficiënt, maar inspanningen blijven nodig
Op budgettair gebied verbetert de efficiëntie van het systeem. Dat blijkt uit een hoger gebruik van goedkopere en generische geneesmiddelen, een lager aantal klassieke ziekenhuisopnames (minstens 1 nacht) ten voordele van dagoperaties en kortere verblijven na een normale bevalling. Toch gebeuren bepaalde soorten onderzoek nog teveel, wordt bepaald materiaal nog te vaak gebruikt (bv. bij radiologie) en zijn er nog te grote verschillen tussen ziekenhuizen voor bepaalde interventies (bv. keizersneden).

De totale kost van de gezondheidszorg vertegenwoordigt 10,2% van ons Bruto Binnenlands Product, iets hoger dan het Europese gemiddelde. In 2012 en 2013 bleven de uitgaven ongewijzigd tegenover 2011.

Aantal beschikbare huisartsen en verpleegkundigen van nabij op te volgen
De indicatoren over de huidige beschikbaarheid van huisartsen en verpleegkundigen doen vragen rijzen. Zal het systeem kunnen voldoen aan de toekomstige zorgbehoeften van de vergrijzende bevolking? Het aandeel van nieuw gediplomeerde huisartsen tegenover het totale aantal medische specialiteiten bereikt niet de quota van de Planningscommissie, ook al is de situatie de laatste jaren verbeterd. Ofschoon het aantal gediplomeerde verpleegkundigen de laatste jaren is gestegen, zijn  er minder verpleegkundigen per patiënt dan in het buitenland en worden er nog steeds vele vacatures voor verpleegkundigen niet ingevuld.

Doelstellingen vastleggen voor België
De uiteindelijke doelstelling van dit rapport, dat rekening houdt met de huidige situatie, is het tastbaar verbeteren van de performantie. De beleidsmakers en de verantwoordelijken van ons gezondheidssysteem moeten daarom meetbare doelstellingen vastleggen, en daarbij rekening houden met de aandachtspunten van het huidige rapport.

Een Europees initiatief

Deze performantiemeting is een vervolg op en een uitbreiding van de twee eerdere KCE-RIZIV-WIV rapporten uit 2010 (KCE rapport nr 128) en 2012 (KCE rapport nr 196). Het initiatief vindt zijn oorsprong in het Handvest van Talinn, ondertekend door alle Europese landen in 2008. Op basis van dit handvest verbonden deze landen zich ertoe om geregeld de performantie van hun gezondheidssysteem te meten en te evalueren. 

Voor interviews met KCE-onderzoekers,  contacteer:

Gudrun BRIAT, Verantwoordelijke communicatie KCE
Tel. : +32 (0)2 287 33 54
GSM : +32 (0)475 274 115
Email : press@kce.fgov.be

Categorie: 
Geplaatst op: 
Maandag, 8 februari, 2016 - 18:12