Homeopathie: geen bewijs dat het werkt en toch veel gebruikt

Persbericht Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE)

Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat homeopathie werkt. Toch wordt het veel gebruikt voor allerlei kwalen. De positieve ervaringen van de gebruikers kunnen te maken hebben met het ‘placebo-effect’, dus omdat patiënt en therapeut een effect verwachten. Tegelijk is er wel een risico dat men een noodzakelijke klassieke medische behandeling niet of te laat opstart, door een gemiste of verkeerde diagnose. Daarom wordt de uitoefening van homeopathie best beperkt tot artsen, die nu al de meerderheid van de homeopaten uitmaken. Dit concludeert het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in zijn derde studie over de situatie van niet-conventionele therapieën in België. Eerder waren osteopathie en chiropraxie aan de beurt, en vervolgens acupunctuur.

In 2009 raadpleegde 6 Belgen op 100 een homeopaat. De redenen waren divers : rug-of nekpijn, allergie, vermoeidheid, problemen met het ademhalingsstelsel, angst en depressie... De patiënten, die van alle leeftijden zijn, verwachten met homeopathie een meer natuurlijke, geïndividualiseerde behandeling, met minder bijwerkingen. Ze verwerpen de klassieke geneeskunde niet, maar gebruiken homeopathie als aanvulling erop. Bij sommige klachten kiezen ze voor homeopathie, voor andere doen ze een beroep op de klassieke geneeskunde.

Er zijn ongeveer 340 homeopaten aangesloten bij de 2 beroepsverenigingen in België. De grote meerderheid van deze homeopaten (75%) is arts, 20% heeft dan weer geen (para)medische opleiding gevolgd. In België bestaan er verschillende opleidingen homeopathie, die niet officieel erkend zijn, en dus niet door de overheid gecontroleerd worden.

Een eerste consultatie kost tussen de 50 en 80 euro voor een volwassene en tussen 35 en 80 euro voor een kind. De ziekteverzekering betaalt homeopathie niet terug, maar de consultatie kan wel als een ‘klassieke’ consultatie worden terugbetaald, als de homeopaat een arts is. Sommige ziekenfondsen komen wel onder bepaalde voorwaarden tussen, in het kader van hun aanvullende verzekering.

Geen bewijs dat homeopathie werkt, placebo-effect speelt belangrijke rol
Het KCE bestudeerde de internationale wetenschappelijke literatuur over homeopathie voor een aantal indicaties: slapeloosheid, allergische neusverkoudheid, lage rugpijn, bevalling, chronische vermoeidheid, dementie, astma, bedplassen, depressie, angst, symptoombestrijding bij kanker en kankerbehandeling, opvliegers, kinderziekten, ADHD, fibromyalgie, HIV, premenstrueel syndroom en veneuze insufficiëntie.

De onderzoekers konden geen overtuigend bewijs vinden dat homeopathie werkt. Eventuele positieve effecten van een homeopathische behandeling kunnen worden verklaard door het ‘placebo-effect’. Hierdoor kunnen behandelingen die op zichzelf niet werkzaam zijn, toch een gunstig effect hebben op het lichaam, op basis van de verwachtingen van de patiënt en de therapeut. Om die reden beveelt het KCE de ziekteverzekering aan om homeopathie niet terug te betalen.

Geen bijwerkingen, wel uitoefening homeopathie beperken tot artsen
Er is gebleken uit het onderzoek dat homeopathie overtuigde aanhangers heeft. Het feit dat vele patiënten tevreden zijn, betekent echter niet dat homeopathische middelen beter werken dan pakweg gedestilleerd water. Ze blijken wel geen bijwerkingen te veroorzaken, en zijn dus op zich niet gevaarlijk. Dit geldt niet noodzakelijk voor andere ‘natuurlijke’ middelen, die vaak onder de brede waaier van homeopathie worden aangeboden.

Anderzijds worden homeopaten geraadpleegd voor een zeer brede waaier aan klachten, zowel door volwassenen als voor kinderen. Het is daarom belangrijk dat de homeopaat een juiste diagnose kan stellen en kan uitmaken wanneer een klassieke medische behandeling echt nodig is. Zoniet bestaat er een risico dat deze behandeling te laat of niet wordt opgestart. Om die reden pleit het KCE ervoor om alleen artsen toelating te geven homeopathie te beoefenen. Voorwaarde zou wel moeten zijn dat zij zich ook voldoende blijven bijscholen in de klassieke geneeskunde.

Homeopathie uit wet Colla?
De Belgische wetgeving voorziet dat alleen artsen een diagnose mogen stellen en een behandeling opstarten. De beoefenaars van homeopathie die geen arts zijn werken dus in de illegaliteit. De wet Colla werd afgekondigd in 1999 maar is nog niet volledig in werking. Deze wet voorziet de registratie van 4 niet-conventionele geneeswijzen, (chiropraxie, osteopathie, acupunctuur en homeopathie) en de registratie van alle betrokken therapeuten, om de patiënten een officiële garantie op kwaliteit en veiligheid te bieden. Nu het KCE aanbeveelt om de uitoefening van homeopathie te beperken tot artsen, vraagt het zich af welke meerwaarde de wet Colla aan homeopathie kan bieden. Artsen werken reeds binnen een bestaand wettelijk kader dat garanties op kwaliteit en veiligheid biedt.

Wat is homeopathie?
Homeopathie bestaat uit het toedienen van zeer sterk verdunde oplossingen van dierlijke, plantaardige of minerale stoffen, die krachtig moeten worden geschud (‘potentiëring’). Door die verdunning en het schudden zou de interne kracht van het middel vrijgemaakt worden, zodat die op de levenskracht van de zieke kan inwerken.
Daarnaast is er de ‘simila-regel’: de stoffen die worden toegediend veroorzaken bepaalde symptomen in een gezond lichaam, maar zouden gelijkaardige symptomen bij een zieke persoon genezen. Verder is er het principe van de individuele behandeling: "er zijn geen ziekten, alleen zieken".
Homeopathie werd in het begin van de 19e eeuw ontwikkeld door de Duitse arts Samuel Hahnemann, en wordt al bijna 200 jaar in België door artsen beoefend, en sinds kort ook door niet-artsen.

Het rapport is beschikbaar op de website van het KCE: Stand van zaken van de homeopathie in België.

Het KCE is een instelling van openbaar nut, opgericht in 2002 en actief sinds midden 2003. Het voert wetenschappelijke studies en analyses uit om de overheid bij te staan in haar beslissingen i.v.m. gezondheidszorg en ziekteverzekering. Het KCE is niet betrokken bij de besluitvorming zelf, noch bij de uitvoering ervan, maar het heeft wel de opdracht om de weg te wijzen naar de best mogelijke oplossingen. En dit in een context van een optimaal toegankelijke gezondheidszorg van hoge kwaliteit rekening houdend met de groei aan noden en budgettaire beperkingen.

Bron: KCE.fgov.be, 24/05/2011