Zoek de zeven vertragingen

Tussen de eerste symptomen van reumatoïde artritis (RA) en de start van een behandeling mag maar 12 weken verstrijken om het resultaat van die behandeling niet nadelig te beïnvloeden. Hoe wordt uitstel van behandeling bij RA verklaard?

Factoren die afhangen van de patiënt, de ziekte, de arts, maar ook van het gezondheidssysteem en de doorverwijzingsmanieren kunnen dit interval beïnvloeden. De careRA-studiegroep onderzocht al deze vertragingen in verschillende Vlaamse reumacentra om de factoren die een rol spelen, te identificeren.

Uit zes praktijken verdeeld over Vlaanderen werden 100 DMARD-naïeve patiënten met vroege RA geïncludeerd in de studie. Zeven soorten vertragingen werden opgemerkt:

  1. patiëntgebonden (tussen begin symptomen en eerste bezoek bij de huisarts);
  2. huisartsgebonden (tussen eerste bezoek huisarts en doorverwijzing naar de reumatoloog);
  3. reumatolooggebonden 1 (tussen doorverwijzing en eerste screening door de reumatoloog);
  4. reumatolooggebonden 2 (tussen eerste screening door de reumatoloog en de start van de behandeling);
  5. totale vertraging bij de reumatoloog (tussen doorverwijzing naar reumatoloog en start van de behandeling);
  6. behandelinggebonden (tussen diagnose en start van de behandeling);
  7. de combinatie van alle vertragingen bepaalt de globale vertraging (tussen begin symptomen en begin behandeling).

De patiënten werden ondervraagd over het begin van de symptomen, de huisartsen via e-mail over de datum van de eerste raadpleging en van de doorverwijzing. Uit de dossiers bij de reumatoloog werden de datums voor diagnose, screening en start van de behandeling verzameld. Drie soorten centra werden onderscheiden: universitaire centra, algemene ziekenhuizen en privéreumatologiepraktijken. Gegevens van patiënten (leeftijd, geslacht, BMI, roken/alcohol, werk), huisartsen (leeftijd, geslacht, ervaring) en verschillende parameters van ziekteactiviteit (DAS28, HAQ, aantal aangetaste gewrichten, erosies,...) werden genoteerd.

De mediane totale vertraging bedroeg 23,5 weken waarbij de patiënt, de huisarts en de reumatoloog respectievelijk voor 11, 2 en 7 weken verantwoordelijk zijn. Iets meer dan één patiënt op de vijf (21,4 %) loopt een totale vertraging op van 12 weken of meer. Alle parameters van ziekteactiviteit waren omgekeerd evenredig met de verschillende soorten vertraging, meest uitgesproken met de vertraging door de reumatoloog. Maar alle resultaten waren statistisch significant.

Patiënten die een job hebben of die een job hadden vooraleer de eerste symptomen optraden, lopen bij de reumatoloog een grotere vertraging op dan patiënten die werkloos zijn. Vooral de tijd tussen doorverwijzing naar de reumatoloog en de eerste screening door die laatste duurt langer.

De vertraging is minder groot in privépraktijken dan in universitaire centra en algemene ziekenhuizen. Wat logisch lijkt: in het ziekenhuis duurt de logistieke weg langer. Gelukkig worden patiënten met een meer uitgesproken ziekteactiviteit sneller geholpen.

16th Belgian Congress of Rheumatology, La Hulpe, 26-28 september 2012; De Cock D et al. Poster 41.

Bron: Artsenkrant, 11 december 2012