Reumatoïde artritis, roken en mondhygiëne

Een groot aantal studies voert een verband aan tussen porphyromonas gingivalis en reumatoïde artritis.
Het feit dat de auto-immuunrespons bij reumatoïde artritis – onder vorm van anti-CCP-antilichamen – de klinische symptomen vaak jaren voorafgaat, kan suggereren dat reumatoïde artritis ontstaat buiten de gewrichten, mogelijk op niveau van de slijmvliezen zoals ter hoogte van longen of tandvlees.


Reumatoïde artritis, roken en mondhygiënen. Deel dit artikel met je vrienden op Facebook

Bron: Tekst en foto ontleend aan Ortho-Rheumato.be | 08-04-2016, Mondinfectie, roken en reumatoïde artritis

Roken, mondhygiëne en reumatoïde artritisDe vroeger gedocumenteerde link tussen periodontitis en reumatoïde artritis kan wellicht worden toegeschreven aan Porphyromonas gingivalis.

Nastya Kharlamova en collega’s suggereren dat P. gingivalis een geloofwaardige kandidaat is voor het uitlokken van auto-immuniteit en auto-immune ziekte in een subgroep van patiënten met reumatoïde artritis.

Groeiende evidentie uit een groot aantal studies suggereert een verband tussen chronische periodontitis en reumatoïde artritis. Dat verband is mogelijk niet oorzakelijk, gebaseerd op gemeenschappelijke omgevingsfactoren (roken) en genetische risicofactoren (gedeelde HLA-DRB1-epitoop).

Maar een oorzakelijk verband, waarbij periodontitis reumatoïde artritis uitlokt en drijft, is eveneens mogelijk. Rosenstein et al. schoven deze hypothese als eersten naar voren. Het feit dat de auto-immuunrespons bij reumatoïde artritis – onder vorm van anti-CCP-antilichamen – de klinische symptomen vaak jaren voorafgaat, kan suggereren dat reumatoïde artritis ontstaat buiten de gewrichten, mogelijk op niveau van de slijmvliezen zoals ter hoogte van longen of tandvlees.

Nastya Kharlamova en collega’s bestudeerden de rol van het periodontale pathogeen P. gingivalis in de etiologie van reumatoïde artritis. Meer concreet analyseerden ze de antilichaamrespons op de P. gingivalis-virulentiefactor arginine-gingipain type B (RgpB), in relatie met anti-CCP-antilichamen, roken, en het HLA-DRB1-gedeelde epitoop. Ze deden dat bij patiënten met reumatoïde artritis en bij controlepersonen.

De onderzoekers stelden vast dat anti-RgpB-antilichaamtiters significant meer verhoogd waren bij patiënten met dan bij personen zonder periodontitis, ook meer bij patiënten met reumatoïde artritis dan bij personen zonder reumatoïde artritis, en meer bij anti-CCP-positieve patiënten met reumatoïde artritis dan bij anti-CCP-negatieve patiënten.

Voorst vonden ze een significant epidemiologisch verband tussen anti-RgpB-IgG en reumatoïde artritis. Dat verband was zelfs sterker dan het bekende verband tussen roken en reumatoïde artritis. Bij anti-CCP-positieve reumatoïde artritis waren er verbanden tussen anti-RgpB-antilichamen en zowel roken als de gedeelde HLA-DRB1-epitoop.

Volgens de auteurs suggereren deze bevindingen dat de vroeger gerapporteerde link tussen periodontitis en reumatoïde artritis kan worden toegeschreven aan een infectie met P. gingivalis. Ze besluiten dat P. gingivalis een geloofwaardige kandidaat is voor het uitlokken van auto-immuniteit en auto-immune ziekte in een subgroep van patiënten met reumatoïde artritis. 

Voor vragen over dit artikel kan je mailen naar info@raliga.be

 

 

Geplaatst op: 
Vrijdag, 6 mei, 2016 - 20:40