Dagboek van Greet - Mijmeringen

Opgelet: Dit is een verouderd artikel uit ons archief. De inhoud kan inmiddels niet meer van toepassing zijn.

In een vorig leven heb ik nog gewerkt. Lang geleden lijkt het nu. Maar de herinneringen aan die tijd liggen  nog vers in mijn geheugen.


Afgestudeerd als onderwijzeres begon ik met veel enthousiasme aan mijn carrière. Ik werd het eerste jaar door allerlei scholen aangenomen als interimaris. Het vergde wel wat flexibiliteit maar dat schrikte mij niet af. Ik had geen vriend, was alleen gaan wonen en al mijn vrije tijd ging naar de volleybalploeg waar ik als spelverdeler mijn plaats had. De toekomst zag er rooskleurig uit en ik genoot met volle teugen van dit nieuwe leven. Na een jaar kreeg ik een vaste job aangeboden als opvoedster in een MPI (Medisch Pedagogisch Instituut). Ik had de leiding over een groepje jongetjes van 6-7 jaar met een mentale handicap. Mijn taak bestond er in om hen na schooltijd op te vangen en voor hen te zorgen tot ze ‘s morgens weer naar school vertrokken. Alles verliep een paar jaar perfect tot ik op een morgen wakker werd met opgezwollen vingers. Ik had ze waarschijnlijk wat te veel belast met het volleyballen, was mijn eerste gedachte. Maar zelfs na twee weken niet gespeeld te hebben beterde het niet en begon ik nu ook pijn te krijgen in mijn polsen en schouder. Ik was ondertussen een vaste waarde in het schoolteam. De kinderen waren een beetje mijn eigen kinderen geworden en ik wilde ze voor geen geld van de wereld in de steek laten. Ziek zijn stond niet in mijn woordenboek. Maar hoe meer ik mijn best deed om niets te laten merken aan mijn jongetjes of collega’s, hoe slechter ik mij voelde. Elke dag sleepte ik mij naar mijn werk. Ondertussen was de diagnose RA gesteld. Wat de deur voor mij dicht deed was het feit dat ik na een nachtje slapen op het internaat een collega moest vragen om mij uit bed te helpen. Toen besefte ik dat het zo niet verder kon. Ik kon mijn kinderen niet meer geven waar ze recht op hadden: iemand die honderd procent voor hen klaar staat. Ik moest helpen aankleden terwijl ik zelf meer dan 20 minuten tijd nodig had om mijn eigen kleren aan te trekken. Er zat niets anders op dan te stoppen met werken…

 

Deze periode is één van de donkerste periodes van mijn leven geweest. Het proberen te aanvaarden van niet meer mee te kunnen, en afgeschreven te zijn in deze maatschappij waar alles draait om werk. Het viel en valt mij nog altijd zwaar en doet mij nog veel pijn.  Ik had mijn toekomst anders voorgesteld. Maar vooral het afscheid moeten nemen van mijn jongens was wel de bitterste pil om te slikken!

Greet, 20 september 2008